> Home > rijden > veiligheid
Rijden met een duo

“Beste redactie, onlangs hebben mijn man en ik een motorfiets aangekocht. Daarmee ging een lang gekoesterde droom in vervulling maar jammer genoeg hadden we nog maar enkele tientallen kilometers gereden voor er tussen mijn echtgenoot en mij een stevig meningsverschil ontstond. Omdat we beiden nieuwelingen zijn in het motorrijden komen we er samen niet uit en stellen jullie dan ook de vraag: hoe moet een goede duorijder op een motor zitten. Kunnen jullie ons misschien helpen?”

Inderdaad, je komt als redactielid van motornet soms nogal wat tegen in je mails... In eerste instantie waren we zinnens om die dame te vertellen dat ze simpelweg met haar gezicht in de rijrichting moest plaatsnemen op de motor en doodgewoon schrijlings op het zadel moest gaan zitten, maar na enkele ogenblikken realiseerden we ons dat deze vraag beslist zo gek niet was. Integendeel zelfs. Ondanks het feit dat er de dag van vandaag heel wat vervolmakingcursussen aangeboden worden is er bij ons weten nog nooit echt aandacht besteed over hoe een duo nu best op de motor zit en welke gedragingen er van hem of haar verwacht worden om motorrijden voor zowel de bestuurder als de passagier tot een plezier te maken. Het werd dus hoog tijd om daar eens uitgebreid aandacht aan te besteden.

De eerste raad die we een kandidaat duorijder willen meegeven is om niet zomaar op elke motorfiets plaats te nemen en met gelijk welke chauffeur een ritje te gaan maken. Stap zeker nooit op bij een bestuurder die onder invloed is van alcohol, zware medicatie of drugs want doe je dat wel, dan kan je evengoed een spelletje Russische roulette spelen met een revolver met een volledig gevulde trommel. Het resultaat is hetzelfde: héél vroeg gaat het héél goed fout. Ook de kleren die de motorrijder aanheeft spelen een grote rol; draagt de bestuurder geen specifieke motorkledij, dan wil dat zeggen dat hij nogal slordig met de veiligheidsregels omspringt en dus ook voor jouw veiligheid niet veel aandacht zal hebben. Overtuig jezelf –in de mate van het mogelijke- ook van de staat van de motorfiets zelf. Versleten banden –bijna of geen profiel meer op het loopvlak- olieverlies of een algemene verwaarloosde indruk zijn alarmerende signalen die je maar beter niet negeert. Tenslotte gaat het om je lijf en leden en misschien wel –als je écht pech hebt- om je leven…

Indien je als beginnende passagier op een motorfiets gaat zitten dan vraag je je in de eerste plaats automatisch af wat je met je handen moet doen. Dat is niet meer dan normaal want elk individu dat achter op een motorfiets gaat zitten en twee handen aan zijn lijf heeft wil zich uit puur zelfbehoud daarmee ergens vasthouden. Op zich is deze instinctieve drang helemaal niet gek want een motorfiets die in beweging is, is nu eenmaal niet het stabielste voertuig dat je je kunt indenken. Niet alleen moet je als passagier anticiperen op dikwijls felle versnellingen maar moet je ook stevig in het zadel zitten bij remmanoeuvres en tijdens het bochtenwerk.

De eerste zithouding die we zullen bespreken is meteen ook de klassieke. De duorijder of -rijdster houdt zich aan de bestuurder vast ter hoogte van de lendenen. De bovenkant van het heupbeen is daarvoor de meest geschikte plek. Grijpt men hoger dan wordt dat vervelend voor de bestuurder want dan oefent men als duo -vooral bij stevig remwerk- druk uit op de laagste ribben en dat is helemaal niet leuk. De rugspieren van de chauffeur worden daardoor extra belast en zijn of haar bewegingsvrijheid wordt beperkt. Twee zaken die je als bestuurder van een motor kunt missen als de pest.

De tweede houding is alleen maar mogelijk wanneer de motor voorzien is van een handgreep achter aan het zadel. Is die er dan kan de duo zich met beide handen vasthouden aan die handgreep en zich met de hulp daarvan tijdens het rijden in balans houden. Het voordeel van deze zithouding is dat je bij stevig remwerk helemaal geen krachten op de bestuurder overbrengt, maar anderzijds wordt deze houding door veel duorijders als onnatuurlijk ervaren. Ook voel je je niet echt één geheel met de motor en zijn bestuurder en dat net dat héél belangrijk is zullen we verder in dit artikel zien.

De derde mogelijkheid is bijna alleen maar bruikbaar wanneer men meerijdt op een sportmotor. Is dat het geval, dan kan je je als duorijder afsteunen op de achterkant van de benzinetank. Deze houding geeft geen extra druk op de rug van de bestuurder bij fel remwerk en geeft je als duorijder toch het gevoel één te zijn met de piloot en de machine. In alle gevallen plaats je je voeten best net als de piloot op de voetsteunen. Met de voetsteun net achter de tenen gesitueerd heb je een goede grip op de steuntjes en vangen ook je enkels de schokken op in plaats van enkel je knieën en je heupgewrichten. Juist; gedeelde smart is halve smart, ook voor een duorijder…

Welke van de drie hierboven vernoemde houdingen je ook prefereert maakt niets uit, zolang je de basisbegrippen van het duorijden maar respecteert. In de eerste plaats dien je altijd stil te zitten op een motor. Even verzitten mag natuurlijk wel maar constant van plaats veranderen zal door de bestuurder al snel als hinderlijk worden ervaren. Wanneer je gaat verzitten op een motor verplaats je namelijk ook je gewicht en daardoor veroorzaak je ongewild een stuurbeweging op de motor. Gebeurt dat op een kritiek moment –bijvoorbeeld midden in een bocht- dan hoeven we er zeker geen plaatje bij te maken om te beseffen dat dat ronduit desastreuze gevolgen kan hebben. Wat ook helemaal uit den boze is, is je gewicht tijdens het remmen vol op de rug van de bestuurder te laten neerkomen. Door de krachten die op dat moment heersen krijgt die niet alleen het gewicht van je romp op zijn rug geplakt maar een veel grotere belasting te gevolge van het afremmen van de motor en zijn passagiers. Dat is voor de bestuurder niet fijn want niet alleen moet hij dan dat gewicht én die belasting via zijn armen en rug- en buikspieren zien op te vangen, maar wordt hij ook gehinderd in zijn bewegingen en dat is bepaald niet handig op het moment dat hij of zij om één of andere reden keihard in de remmen gaat.

Wat ook aanbeveling verdient is om geen al te grote afstand te laten ontstaan tussen de bestuurder en de passagier. Probeer één te zijn met de motor en de bestuurder zodat je na verloop van tijd –mits enige ervaring dus- perfect aanvoelt wat er staat de gebeuren. Zit je dicht genoeg bij de rug van de bestuurder, dan zal die je ook beter aanvoelen en daardoor gerustgesteld zijn manoeuvres maken. Mocht je op langere ritten indommelen –ja, ook dat gebeurt wel eens- dan wordt hij dat ook meteen gewaar en kan dan ingrijpen; een slapende passagier is levensgevaarlijk: het risico dat de duo van de rijdende motor glijdt is beslist niet denkbeeldig. Bij slecht weer (lees: bij veel zijwind) heeft dicht bij de bestuurder zitten nog een niet te onderschatten voordeel: door het kleinere zijdelingse oppervlak zal een zijwind minder invloed uitoefenen op het geheel en daardoor de motor gemakkelijker bestuurbaar maken.

Voor de beginnende duorijder kan het nemen van bochten een ware beproeving zijn. Indien je daar moeite mee hebt kan het helpen om jezelf ervan te overtuigen dat het aantal motorrijders dat moedwillig tegen de stenen wil gaan héél klein is. De beste manier om als duo een bocht te nemen is neutraal met de motor mee te bewegen. Neem dus dezelfde hellingshoek aan die de motor in de bocht maakt –blijf met andere woorden perfect recht in het verlengde van de motor zitten- en probeer dat zo ontspannen mogelijk te doen. Meer overhellen dan de motor in de bocht doet stuurt de motor niet alleen dieper door de bocht, maar verandert ook gevoelig de rijlijn die de piloot oorspronkelijk in gedachten had; de motor draait korter door de bocht. Minder hellingshoek maken dan de motor is ook niet aan te bevelen want dan wil de motor veel moeilijker de bocht in en loopt in de bocht naar buiten wat bepaald ook geen ideale situatie is om dit avontuur tot een gezond einde te brengen…

Na de bijna walgelijk belerende uitleg die we hierboven publiceerden is het nu niet alleen hoog tijd geworden om een sigaretje aan te steken, maar ook om de bestuurders enkele tips mee te geven. Ook die kunnen namelijk maar best even stilstaan bij de materie van het vervoeren van een duo; zoniet brengen ze misschien zowel die duo als zichzelf in gevaar.

  • Weiger personen te vervoeren die geen afdoende beschermende kledij dragen. Een goed passende helm alleen is niet genoeg om de passagier te beschermen indien het fout gaat.
  • Vervoer geen duorijders die onder de invloed zijn van alcohol, drugs of zware medicatie want hun reacties zijn niet te voorzien en kunnen desastreuze gevolgen hebben.
  • Ga voor je vertrekt altijd na wat de rijervaring is van de persoon die je gaat vervoeren. Dat geeft je meteen een indicatie met wat je van zijn of haar gedrag op de motor kunt verwachten.
  • Zorg ervoor dat de veervoorspanning van de achterschokbreker van je motor aangepast is aan het extra gewicht dat de duo met zich meebrengt. Indien de veerspanning te laag is zal de motor minder goed bestuurbaar zijn én minder vast op de baan liggen. Ga om dezelfde redenen ook de bandenspanning na –zowel voor als achter- en breng die zo nodig op de juiste druk.
  • Maak de duo opmerkzaam op zijn of haar fouten, enkel op die manier kan een duo ervaring opdoen met het meerijden op een motor.
  • Probeer niet door sneller te rijden dan de duo wil. De kans dat de duo voor altijd met de schrik van zijn of haar leven blijft zitten en nooit meer van een motor wil horen is niet ondenkbaar. Bovendien kan een schrikreactie van een duo jullie beiden héél gemakkelijk ten val brengen.
  • Vermijd bloedstollende acceleraties, dito remacties en plotse bewegingen indien de duo daar geen ervaring mee heeft. In de eerste plaats zijn die voor de ongeoefende duo zowel als voor de piloot niet echt comfortabel en bovendien kunnen ze tot gevaarlijke situaties leiden.
  • Ga in het bochtenwerk niet naast de motor hangen; het beeld van een piloot die plots naast het zadel gaat hangen is voor de meeste duorijders een ware nachtmerrie…
  • Om écht comfortabel te rijden met een duo rij je best op het koppel van de motor en niet op zijn topvermogen. De belastingwissels bij het schakelen worden daardoor veel minder hetgeen in vloeiende, aangename bewegingen resulteert die als aangenaam worden ervaren door zowel de bestuurder als de duo

Zo, ook dit artikel zit er weer op. Terwijl jullie gezellig met zijn tweeën gaan rijden halen wij een fris drankje uit de koelkast want na dit gortdroge artikel zijn we daar nu beslist héél erg aan toe…