|
Tekst en beelden: Philippe Demeyer
De zomer 2007 -die weersmatig een hel zou worden voor veel landgenoten- kon me toch niet overtuigen om een verre trip of reis te maken. De laatste tijd heb ik het nogal begrepen op kortere ritten. Het eindeloos asfaltknagen is even niet aan mij besteed. Vermoedelijk zit de steeds maar groter wordende stapel kalenderbriefjes er voor iets tussen. Ik spaar die Druivelaarsbriefjes sinds mijn eerste dag en ik ben nu aan het bijbouwen om de hoop vergeeld papier te kunnen blijven stapelen. ;-)
In ieder geval, we trekken ons tegenwoordig nog weinig aan van regen of zon, zo gaan we niet in de statistieken terechtkomen van de vele depris omwille van te weinig zonlicht, en op een regenachtige dag (hoe kan het anders) zet ik me aan de pc en beslis na enige opzoekingen om de Franse grensstreek te bezoeken, zicht op Engeland te hebben en met Duitse kennissen even het asfalt in Croix op te gaan. Had ik nu nog even Nederland bezocht dan was mijn stukje Europa goed geweest. Ik besluit om mijn eigen Heilige Drievuldigheid reis te maken. Maar omdat ik niet echt gelovig ben beschouw ik die als volgt; de Vader wordt een BMW K1200S, de Zoon zal ikzelf maar wezen en de Heilige Geest zal uiteindelijk het mooie weer zijn.
Een kleffe ochtend biedt zich aan als ik de K1200S de sporen geef en ik besef al snel dat ik de 167 pk niet echt veel zal kunnen gebruiken wil ik er een volledige dagtrip van maken. Het vernuftig stukje techniek stuurt feilloos en ik lach van plezier als ik de longen van de pittige viercilinder kan vullen, maar ik moet doseren en de snelheidsbeperkingen respecteren. Het eerste stuk wordt dus autostrade tot een eind voorbij Duinkerke en omdat het toch maar even een overbrugging wordt tussen vertrekplaats en de eerste verwondering zet ik er toch stevig het gas op. Enkel uitkijken voor de blauwgekostumeerde paparazzi die om elke hoek klaar zitten om een vakantiekiekje te maken.

Ik vul de tank net voor de grens, blijkbaar genoeg om de dag mee rond te komen want de gespierde K1200S blijkt zeer zuinig (6 L) te zijn, tik mijn eerste bestemming in op de G.P.S. en ga na een half uurtje de autostrade af. Een paar grote rondepunten dienen als opwarming en iets later kies ik resoluut voor een prachtige ‘départemental’ die me zal brengen tot Cap Gris-Nez.
Je ziet de parelwitte krijtrotskust van Engeland steeds dichter komen als je via de kustlijn rijdt. De statige langgerekte witte strook aan de overkant van de Noordzee blijft mijn aandacht trekken en samen met vele anderen -auto’s en motoren- zet ik mijn weg verder richting Cap Gris-Nez, het dichtste punt tussen Frankrijk en Engeland.

Cap Gris-Nez is in feite een kaap aan Het Kanaal bij de Franse gemeente Audinghen met een top die op 50 m boven de zeespiegel ligt. Ik besluit om hier toch even een tijdje te vertoeven en probeer me de gedachten van o.a. Napoleon, Hitler en Göring voor de geest te halen over hoe ze dit quasi onbereikbare eiland konden innemen. Tegenwoordig is er een constant verkeer via schepen tussen beide landen, maar het was uiteraard destijds wel iets anders.
Eénmaal de K1200S terug op de weg komt volg ik de idyllische route ‘par la côte’ richting Boulogne-sur-Mer en ondanks het iets te drukke verkeer vandaag geniet ik toch met volle teugen van dit ongelooflijk stukje natuur. Kleine stadjes met pittoreske baaien, mooie stranden met vrij veel windsporters, kitesurfers, surfers, ...
De wegen liggen er zaligmakend bij met perfect vlak asfalt en afgeboord door duingras en ander groen. Ik wist niet dat ik dit op een uurtje van mij thuis kon meemaken. Het glooiende landschap zorgt voor lange en scherpe bochten, adembenemende vergezichten en de motorvriendelijkheid van de Fransen bieden mij de kans er stevig tegenaan te gaan.

Ik rij via Boulogne-sur-Mer naar Montreuil-sur-Mer en zet dan de weg in die me naar een streek brengt die me in de Ardennen doet wanen. Bij ons dien je 200 km af te leggen om van kuststreek naar Ardennen te rijden, hier kan je het zowaar doen met een slordige 5 kilometer verschil. Mijn ingeslagen weg brengt me naar Montreuil en de ongeveer 40 km lange baan met bochten zal me besparen om ook maar één verkeerslicht of verkeersdrempel op mijn weg te vinden. Zouden de Fransen het echt zo begrepen hebben op de motorrijders? Ik krijg stilaan een vermoeden van wel, gezien de ideale mix.
Ik schrik me een bult als ik aankom in Montreuil-sur-Mer, in tegenstelling tot hetgeen ik zou verwachten ligt dit niet aan zee. Montreuil ligt 15 km landinwaarts en is een versterkte stad met 3 km omwallingen, met zeer goed onderhouden pleintjes en gebouwen, traditionele bestrating en smalle steegjes. Het diende dan ook al vaker tot inspiratie. Onder andere Victor Hugo situeerde zijn eerste deel van zijn -‘Les Misérables’ in Montreuil.

Je kan er enorm lekker eten in de vele restaurantjes of op zoek gaan naar de unieke “West Indies” bar waar ze meer dan 150 soorten rum schenken.
Gezien ik op doorreis ben en ik me beperk tot water en koffie, stop ik even op een terrasje met zicht op de L’ Abbataile Saint-Saulve, een 11e eeuwse kerk met Romaanse en Gotische stijlelementen. Ik parkeer de K1200S net voor het terras waar ik me even later zal ontfermen over een Franse croc monsieur.
Ze rekenen vrij stevig door voor een dubbele boterham met ham en kaas en met een mega dikke laag Gruyèrekaas erbovenop, zonder groentjes of ketchup. Op mijn verzoek dit droog stukje te verrijken met ketchup, brengt de sympathieke ober me een handvol zakjes. In deze streek komen geen flessen of potjes op tafel, maar een soort papieren buisjes à la suiker bij ons. Ik moet even wennen aan het beeld dat mijn minimalistische croc monsieur me schenkt maar verorber hem tot de laatste kruimel. Het viel al bij al zeer goed mee! De tijd tikt stilaan verder al na vijven!- en ik wil straks nog even met mijn voeten in het zeewater wandelen in Le Touquet. Niet talmen dus, verder rijden…

De weg tot daar wordt het ideale speelterrein voor mijn ‘God de Vader’, de K1200S. Lange overzichtelijke bochten volgen elkaar op, weinig tot geen verkeer, het immer aanwezige motorkoppel en de vele pk’s. Ik geniet tot aan de deur van mijn hotel. Ik voel geen enkele vermoeidheid en als je eenmaal de laatste 2 km van deze trip bereikt, dan kom je via de chique villa’s en het golfterrein aan in het mooie stadje Le Touquet.
Le Touquet is een zeer bekende en mondaine badplaats in Pas-de-Calais en wordt ook wel eens Paris-Plage genoemd omdat veel Parisiens in het weekend naar deze kustplaats afzakken. Ze beschikken daarvoor over een rechtstreekse autostrade die beide steden verbindt. Paris-Plage is ontstaan in de 19de eeuw als promotienaam om Parijzenaars naar deze kuststrook te lokken, een idee wat aanvankelijk is mislukt en ervoor zorgde dat deze badplaats werd omgedoopt tot Le Touquet.

Le Touquet telt niet veel bezienswaardigheden. De toeristische troeven moet je vooral zoeken in de uitstekende strandvoorzieningen, de vele shopping mogelijkheden, een ruim en gediversifieerd aanbod aan hotels en restaurants en het statige Westminster Hotel. Ik logeer vlakbij de prachtige en overdekte openbare markt en moet niet ver stappen om in de kleine straatjes te geraken. Daar vind je moderne bars, gezellige restaurants en vrij veel winkels.
Ik zet me toch even aan een lekkere Ricard en besluit om erna gegrilde reuze gamba’s te eten in ‘Blue Blanc Mer’. Een formidabel lekker restaurant en voor zeer schappelijke prijzen. Mosselen staan op de menukaart voor slechts 12 euro. Het alleen reizen valt me op dit moment een beetje zwaar, ik heb er dan wel blijkbaar geen moeite mee om de dag door te komen maar ik verkies echter wel gezelschap bij een diner. Smaakvol eet ik mijn schaaldiertjes op met een lekker glas wijn en besluit om nadien bedwaarts te gaan. Morgen wordt een dag relaxen, wandelen en degusteren.
Ik word al vrij vroeg gewekt. Dat ligt niet aan het drukke verkeer in de straat waar het hotel is, maar blijkbaar is er de wekelijkse markt op donderdag en de opgestelde tenten bezorgen me een abstract beeld, alsof een kleurenzee zich een weg heeft gebaand door de poort van de overdekte markt en een grote plas heeft gevormd rond het hotel.

Na een stevig ontbijt gaat het richting Le Crotoy, waar ik de motor inruil voor een zalige wandeling en een treinrit uit de tijd van vroeger. Le Crotoy is een relaxed kustplaatsje dat grenst aan de Baai van de Somme. Aan één kant vind je het wad en aan de andere kant een uitgestrekt zandstrand. Het laatste stukje weg is saai en fantasieloos maar het loont echt de moeite om tot aan het wad te gaan. Daar kan je de oversteek maken van de baai van de Somme, een wandeling van zo’n drie uur. De terugweg kan best met het treintje omdat het waterpeil zeer snel stijgt en het de magische vlakte op korte tijd omtovert tot een gigantische waterplas.

Door de stroming komt een groot deel ’s ochtends droog te liggen. De wandeling gaat door slijk, klei, gras en andere gewassen, langs wormen en krabjes. Vroeger graasden hier ‘Les moutons pré salé’ wordt me verteld. Ik verneem ook dat die nu op een hoger gelegen gebied staan te grazen omwille van het springtij en dat de 7500 schapen deze naam kregen omdat ze toen graasden in een zoute omgeving en dat dit een speciale smaak aan het vlees gaf wat het extreem lekker maakt. Ik begin alweer honger te krijgen bij deze gedachte.
Ik besluit om vanop het terras van Hotel Les Tourelles -een Disney-achtig gebouw, uitgebaat door Brusselaars en met een uitgelezen kaart- het zeer snel en zienderogen stijgende waterschouwspelte bekijken met een verfrissende Ricard. Later zal ik me ontfermen over een grote schotel ‘fruits de mer’ om vervolgens vanop mijn kamer nog even de geur van het zilte zeewater op te snuiven en te luisteren naar water en wind. En neen, het alleen dineren ben ik nog steeds niet gewoon, maar enkele vriendelijke obers slaan af en toe een praatje over de motor die ze hebben zien staan. Ik betreur nu reeds dat ik de K1200S overmorgen zal moeten terugbrengen...

Bij het ontwaken merk ik op dat het rustgevende Scapa of Flamant interieur -ik weet het niet echt maar het is wel in die stijl- van mijn kamer en de gezonde zeelucht mij een enorme nachtrust hebben bezorgd. Niet één keer ben ik wakker geworden.
Ik neem mijn ontbijt en vertrek straks naar Croix, waar Fritz een Hamburger- me opwacht. Ze hadden met een tiental Duitse vrienden het Circuit van Croix-en Ternois afgehuurd en ik mocht ook even het asfalt op had hij me beloofd in een vorig telefoongesprek, als ik maar een sexy machine zou meebrengen.
Ik stel de GPS in op kortste weg met optimalisatie voor de motor en vertoef al snel op landelijke wegen, piepkleine dorpjes, langs grote boerderijen en statige kastelen. Deze keer hoeft het echt niet hard te gaan. Dat plezier heb ik straks wel op het circuit. De wegen liggen er een beetje triest bij door de dreigende grijze wolken en door eerder gevallen regendruppels maar ik geniet op die wijze nog meer van de diversiteit van geuren. Het blijft een mooi voordeel, als je met de motor rijdt dan ruik je effectief alles.
Enkele regendruppels vallen tegen mijn vizier aan maar in tegenstelling tot het nieuws dat ik vernam uit België waar het pijpenstelen regent- blijft het verder droog. De K1200S voelt alweer vertrouwd aan en doet me niet echt nadenken over de gevaren van het kleffe wegdek. Ik ga te snel om op te tijd te zijn en om echt te kunnen genieten van het landschap maar ‘mein freund’ wacht op mij...


|