|
Tekst en beelden: Philippe Demeyer
Reisoganisator: Bike To Beach
Como Stresa
Mijn dag begint vroeg zoals ik had voorzien. Om 7 uur sta ik al buiten en neem foto’s van een plaats waar ik ongetwijfeld nog terugkom. Enkele andere medereizigers hebben blijkbaar gelijkaardige plannen en de ontbijtzaal zit om acht uur reeds afgeladen vol. Vervolgens de bagage netjes terug beneden afgezet en de GPS opgehaald; na nog enkele koffies in de stralende zon besluit ik om het rubber vandaag lekker warm te doen draaien. Het belooft nog maar eens warme dag te worden…

Ik weet niet of ik het reeds eerder heb vermeld maar het is hier eindeloos prachtig ;-). Na elke bocht een ander uitzicht, charmante verscholen dorpjes en tot “eindeloos-blijven-rijden” uitnodigende banen.
We moeten voor een deel dezelfde weg terug, langs het meer, de bergen in, van bocht naar bocht, voorbij riante villa’s tot aan een piepklein dorpje met feeërieke steegjes en vooral veel treden.

Ik besluit om geen souveniers te kopen dit jaar. Het wordt me na jaren reizen stilaan duidelijk dat je maar beter geen tijd moet besteden aan het zoeken naar de traditionele prullaria waarmee je toch niks kunt aanvangen. Neen, resoluut, dit jaar wordt het puur genieten van land en motor. En het mag gezegd worden, hier is het zeker aan de orde. Het feit dat we effectief maar vier dagen zullen rijden begint nu te knagen. Het is vrij kort vier dagen.
Zelden heb ik mijn ogen zo weten genieten en mijn hart zo snel weten slaan zonder dat stress daarvan aan de basis lag. Je wordt er totaal relaxed en je vraagt je af of je hier zou kunnen aarden. Dat laatste is natuurlijk een gekend fenomeen voor menigen onder ons maar deze keer is het echt wel een “coup de foudre”. Zou je van hieruit kunnen schrijven en reizen, dan zou dat geen enkel probleem geven. Enkel de kennis van de taal terug wat bijschaven en een woning zoeken met zicht op het oneindige. Michelangelo was een gelukkig man met zijn zwembaden…

Ik stap terug op de hoge BMW en zet mijn weg verder. De ristretto bezorgt me nog even hartkloppingen net als het rijgedrag van de autochtonen. Na het rijden op snelle wegen, die je toelaten het gas open te houden, met adembenemende passages -en veel villa’s later- kom ik aan op de plaats waar we de eerste navette moeten nemen. Het wordt een half uurtje van sukkelen en evenwicht zoeken voor de BMW, jas uit en turen naar de overkant. Een charmante Italiaanse wringt nog nipt haar kleine Fiat achter de motor voor de boot van wal steek en kijkt, naast mij staande, naar de overkant van het meer. Adembenemend, mooi, charmant en uitnodigend is het uitzicht dat ik heb. Ze gooit me een subtiele glimlach en zelfs de achtergrond verbleekt even op dit moment.

Een half uurtje later en druk palaverend over het schier eindeloos aantal bochten dat we tot nog toe namen, komen we aan bij de overkant van het Como meer. We zullen onmiddellijk steil klimmen en de bochten verorberen al waren ze een bord spaghetti. De bochten blijken afwisselend kort, verraderlijk knikkend en lang. We besluiten om snel even de grens te bezoeken tussen Italië en Zwitserland en geven onze boxer de sporen. Na enkele minuten staan we voor de douane van Italië en Zwitserland. Ze knikken bevestigend en we schieten ons de tunnel in waar -later zal blijken- de echte grenslijn ligt.
In de tunnel moeten we plots halt houden omdat men er valgrage rotsen aan het verwijderen is. Een hoogtechnologische ingreep kan je de werkwijze die daarbij gebruikt wordt niet noemen maar ze is wel doeltreffend. De securita sluit de weg af en dan gooien ze van enkele meters hoog de rotsstukken naar beneden die met een doffe knal op het wegdek knallen. Artistiek volkje die Zwitsers, ze maken zowaar een Pollock in het wegdek.

Nog een geluk dat we in de schaduw van de tunnel staan, het is hier meer dan dertig graden heet. Met het warme motorblok tussen de benen en mijn pakje aan vrees ik dat we het hier echt wel over een Zwitsers stoombad kunnen hebben. De brokstukken zijn opgeruimd en de securita gaat opzij; we starten onze paarden. Nog 80 km, bocht na bocht, alweer van dorp naar dorp en op naar de volgende navette.We houden zo een half uur Zwitserland onder de wielen tot aan de volgende vrij lakse douane. Dolce fare niente ten top!
We komen perfect getimed bij de navette aan en kunnen onmiddellijk inschepen. Een sympathieke Italiaanse dokter spreekt me aan over de Adventure. Hij doet alle verplaatsingen op de motor en heeft daarom besloten over te stappen naar een Honda Goldwing. Hij spreekt in een zuiver ‘English’ en bezoekt tot in het zuiden van Italië zijn patiënten. Gastvrij en sympathiek, het gesprek krijgt geen einde. Bij aankomst bestel ik een Insalate Caprese (tomaat mozzarella) en een glaasje rode streekwijn. Ik kan het me permitteren, ik heb nog maar 19 kilometer rijden voor de boeg naar het super hotel dat ons wacht, gelegen aan het betoverend weelderige Lago Maggiore.
Het Lago Maggiore is gelegen in het grensgebied van Italië en Zwitserland. Het wordt in het Italiaans ook wel “Lago Verbano” genoemd, hetgeen is afgeleid van “Lacus Verbanus”, de oude Romeinse benaming. Het Zwitserse deel van het Lago Maggiore ligt in het kanton Ticino, de westelijke oever van het Italiaanse deel ligt in de regio Piëmont, de oostelijke oever in Lombardije.

Het meer is 212 vierkante kilometer groot, 60 kilometer lang en maximaal 10 kilometer breed. Het noordelijke deel ligt in de Alpen, het zuidelijke deel in het heuvelland dat de overgang vormt tussen de Alpen en de Povlakte. De oppervlakte van het meer ligt op 193 meter boven het zeeniveau maar daarom is het water er niet warmer door. Ik besluit na de rit van vandaag met een brandende zon op mijn hoofd om even het water in te duiken. Een beslissing die me heel even naar adem doet happen op het moment dat mijn lichaam onder water verdwijnt. Man, wat was dat koud! Later vertelt men mij dat de temperatuur van het water op dat moment niet meer dan maximum 10 graden kon zijn en ik kan het zeer zeker geloven.
Het meer heeft een maximale diepte van 372 m (179 m beneden zeeniveau). Bekende plaatsen langs het meer zijn Locarno, Ascona, Verbania, Luino en eveneens Stresa, waar we uiteindelijke zullen overnachten in het statische Regina Palace Hotel, gebouwd in 1908. Het is een Neoklassiek hotel met Art-Deco elementen. Misschien wel een beetje overdaad, maar toch is het de ideale overnachtingsplaats met zicht op het Lago en Isola Bella.

Het Isola Bella is één van de eilandjes in het meer die zeker het bezoeken waard zijn. Een klaarliggende privéboot brengt ons later naar Isola dei Pescatori waar we een uitgebreid laatste avondmaal zullen gebruiken. We kopen enkele Ferrari’s en genieten met onze tijdelijke vriendenkring van het genot van deze bubbels, met een naam als een sportwagen. Enkele flessen streekwijn en gegrilde vis uit het Lago (er wordt ongeveer 150 ton vis per jaar gevangen en bevat een forelsoort die nergens anders ter wereld voorkomt), verse pasta’s en sauzen, het kabbelende water, een zwoele warmte en een goedgemutste bende zorgen voor alweer een onvergetelijke avond.
Beetje wazig tussen de lakens, val ik onmiddellijk in slaap en ik droom vast en zeker over alles wat ik de laatste dagen mocht meemaken.
De laatste dag bestaat uit een behoorlijk aantal kilometers autostrade, maar alvorens we asfalt gaan eten, krijgen we eerst nog enkele leuke dorpjes, sympathieke en eeuwig groetende Italianen en vooral veel spijt dat het reeds de laatste dag is. Deze reis blijkt veel te kort voor sentimentele mensen als mezelf. Gelukkig heb ik nog een bezoek gepland aan het hoge gedeelte van Bergamo. Dit is de oude middeleeuwse stad, die in de 16e eeuw tijdens de Venetiaanse overheersing werd ommuurd.

Centraal ligt de Piazza Vecchia, met daaraan onder andere het Palazzo della Raggione, de dom en de kerk Santa Maria Maggiore, met daarin het graf van de musicus Gaetano Donizetti.
Het is een moeilijke klim over de oude straatstenen maar het wordt zeker de moeite waard. Ik besluit om nog even een lekker bord pasta met aubergine en truffel naar binnen te werken en een wandeling te maken door de smalle straatjes met op elke hoek een herinnering aan het verleden.

De openbare wasplaats, de bibliotheek en torentjes worden ook nu weer zorgvuldig in de gaten gehouden door de Italiaanse Carabinièri. De tijd om naar de luchthaven -Orio al Serio- terug te keren is aangebroken en de zware boxer brengt me feilloos naar beneden. Ik deponeer de motor naast de Bike to Beach vrachtwagen en hang met parelende ogen mijn motorpak aan de haak, maar één ding is zeker. Ik kom terug!



|