|
Tekst en beelden: Philippe Demeyer
Hoe kom je een regenachtig weekend in de zomermaanden door zonder verveling? Ik trok mijn regenpak aan, startte de vlotte tweecilinder die luistert naar de naam Multistrada en zet diens neus resoluut in de richting van de Ardennen…
Recent was ik geïnviteerd bij kennissen in Yves-Gomezée (Philippeville) die een leuke en comfortabele chalet verhuren voor midweek, weekend of langer in een domein dat je doet dromen. Een perfecte grasmat, vijvers, veel bomen, een klein maar leuk zwembad en enkele paarden vormen telkens als ik er terugkom van een rondrit mijn uitzicht vanop het terras. De chalet is nieuw en modern en behoorlijk comfortabel ingericht. Een aanrader dus!

Vrijdagavond
Na anderhalf uur door de regen rijden op de vrij drukke wegen -door de grote caravanvlucht richting zuiden- ben ik echt wel toe aan een goede aperitief als ik op mijn bestemming aankom. Ik word er warm ontvangen; met een brede glimlach monsteren zowel de gastvrouw als de gastheer mijn druipnat plunje. Al snel zit ik met een glas en keurig verzorgde versnaperingen voor me en verneem dat mijn gastheer de streek op zijn duimpje kent. Een eerste uitstap wordt dan ook onmiddellijk gepland. De route wordt uitgestippeld met snelle rechte stukken, kronkelende wegen, boswegels en natuurlijk de onontkoombare bezienswaardigheden. Mooi is dat want ik wil de Multistrada tot in de puntjes leren kennen en dat kan best op een gevarieerd parcours langs prachtige landschappen en schilderachtige, ietwat slaperige dorpjes. Maar dat is voor morgen, nu vroeg onder de wol en dromen van hetgeen er de volgende dagen op het programma staat.

Zaterdag
Ik sta vroeg op, werk mijn ontbijt naar binnen en vertrek onder een stralende zon. Enkele dreigende wolken in de verte overtuigen mij er zelfs niet van mijn regenpak mee te nemen. Na een kronkelend wegje neem ik richting Florennes om daarna naar Mettet te rijden. Op het straatcircuit van Mettet kan ik mezelf niet bedwingen. Eigenlijk mag het natuurlijk niet maar toch laat ik de Duc goed in de toeren klimmen, lap de snelheidsbeperkingen aan mijn laars om me, eens het circuit achter mij ligt, terug als een brave Belg aan de verkeersregels te houden. Het valt me op dat ik hier geen enkele snelheidscamera tegenkom. Sommige alerte dienders hebben een bordje geplaatst met ‘Controle Radar’ bij het binnenkomen van alweer een typisch dorpje maar daar houdt het ook bij op en daarbij komt nog dat dit loos alarm blijkt te zijn.
In de bebouwde kom probeer ik me braaf aan de 30 kilometer per uur te houden maar eens het dorp uit laat ik de Multistrada vrijelijk zijn volle vermogen gebruiken. De Arm der Wet is nergens te bespeuren en de wegen zijn ronduit uitnodigend, verkeersdrempels zijn er schaars en verkeerslichten bijna onbestaande. Aan dat laatste kleeft er een nadeel want zo kan je niet steeds weer in de auto kijken die naast je staat, gevuld met kortgerokte dames die steeds weer klaar blijken om zich te meten met de prestaties van een motor. Inderdaad, zowel zij als ik gaan het nooit afleren…
Daarover in gedachten verzonken kom ik na verloop van tijd op de baan tussen Namen en Dinant terecht en beslis ik vanaf dit punt de Maas te volgen tot aan de Citadelstad. Dinant ligt er nog vrij verlaten bij op dit uur en op de terrasjes is nog ruim plaats om een overheerlijke koffie te drinken.

Ik herprogrammeer de Garmin en besluit om de kortste route te nemen naar mijn volgende halte. De route blijkt me over kleinere baantjes tussen de bossen en velden door te voeren, door valleien en langs godvergeten dorpjes. Het voelt op veel momenten aan alsof ik door de Provence rijd. In deze tijd van het jaar ruik je daar ook veel verschillende geuren, wat ik een groot voordeel vind aan reizen met de motor. Je ruikt werkelijk alles, van vochtige bossen tot ajuinen, en van aromatisch geurende bloemen tot barbecues.
Het is blijkbaar de tijd om de Provinciaalse kruiden op de witgloeiende houtskool te strooien en het vlees op de grill te kwakken want in elke dorp ruik ik de overheerlijke geur van brandend hout. Mijn maag begint stilaan te protesteren en wil blijkbaar niet verder leven op alleen maar koffie, toch besluit ik om pas later te eten en stuur de Ducati door het landschap. Na nog een uurtje puur genieten kies ik voor de terugweg naar mijn uitvalsbasis. De rest van de dag wordt een beetje genieten van de zon. Een laagje zonnecrème en een stevige siësta zullen mijn vakantiegevoel alleen nog maar versterken.

Zondag
Alweer vroeg uit de veren, hoewel ik een uurtje langer heb liggen soezen dan gisteren. Een stevig ontbijt staat er op mij te wachten en dan glijd ik snel in mijn comfortabele pak. Vandaag wordt het een combinatie van rijden en bezoekjes afleggen. Ik stel de Garmin in op Vironval en kom na een stukje N5 aan in Mariënbourg waar je nog een ritje in een echte stoomtrein kunt maken. Het stationnetje etaleert mooi de pracht en praal van weleer. Indrukwekkende locomotieven van meer dan 30 ton staan er te glanzen in de zon en de nog actieve rijden met afgeladen wagons naar Treignes. Gezien de duur van het traject besluit ik het stoomtreintje links te laten liggen en de motor te nemen om een bezoekje te brengen aan Vironval.

Ik tref het, het vrij toeristische dorpje is vandaag druk in de weer met een badkuipenrace, er klinkt een stevige beat door de speakers die overal opgesteld staan om de mensen op de vele terrasjes het eerste vakantiegevoel in te pompen. Ik neem enkele foto’s voor het chique ogende kasteel en vervolg mijn weg naar de ‘Fondry des Chiens’.
De "Fondry des Chiens" is een geologisch curiosum in ons land. Het zijn bescheiden ravijnen ontstaan door de winning van ijzererts. In één van deze kloven gooide men blijkbaar (maar hierover is twijfel) de dode honden van het dorp, vandaar de naam. Je kan erin afdalen, mits stevig schoeisel, maar met mijn motorpak aan is dit uiteraard geen optie. De Fondry des Chiens is een geklasseerd natuurreservaat; op de top van de heuvel waar deze kloof zich bevindt kan je een typische kalkflora (kalkgrasland) aantreffen. Er hangt daar een ongelooflijk raar sfeertje alsof het een mythische plaats is waar het in het verleden stikte van de druïden en heksen…

Van hieruit vervolg ik mijn weg naar Treignes om zo tot even over Franse grens te rijden. In het voorbijrijden zie ik dat er langs deze weg een terrein is voor Quads maar gezien de baanbanden die op de Duc steken kan ik maar beter dit circuitje niet uitproberen zegt een stemmetje in mijn achterhoofd.
De weg door de heuvels die ik nu volg is fenomenaal en desolaat. Je kan er echt niet snel doorrijden maar het kwartiertje tuffen loont de moeite.
Terug in Treignes via Mantagne-Le-Grand en vervolgens langs Cerfontaine naar Boussu-en-Fagne om een glimp op te vangen van het zeventiende-eeuwse ‘Chateau Boussu’ dat ik zal tegenkomen op deze route. Deze rit is één en al motorplezier, want hier tref je stukken perfect asfalt met lange bochten -waardoor je je echt bijna op een circuit waant- afgewisseld met landelijke sluipwegen.

Tijdens de terugtocht naar Yves-Gomezée bedenk ik dat, alhoewel deze streek tot de Ardennen behoort, er hier een pak minder verkeer is dan wanneer je naar de traditionele Ardeense ‘hotspots’ trekt. Voortaan hoef ik dus niet meer naar Frankrijk om lange tochten te maken zonder rode lichten en eindeloze verkeersdrempels. Ja, onze vaderlandse Ardennen, ze hebben wel wat…
Info over de chalet vind je op: http://www.immoweb.be/NL/RentHoliday.Estate.cfm?IdBien=1082382&xgallery=&xpage=1
Download de GPS gegevens van deze route in de GPS bibliotheek...
|