> Home > rijden > reisverhalen
De baden van Michelangelo (deel 2) (deel 1)

Tekst en beelden: Philippe Demeyer
Reisoganisator: Bike To Beach

Van Iséo naar Como

De 8 uur slaap -in een iets te zacht bed- zorgen ervoor dat mijn spieren de volgende morgen toch redelijk ontspannen zijn bij de start van de tweede etappe. Ik ruim zorgvuldig mijn kamer op, neem een lekkere warme douche in de echt wel veel te grote badkamer voor 1 persoon en breng vervolgens mijn bagage naar beneden.

Dan schenk ik aandacht aan de motor. Ik monteer de GPS, doe een kleine aanpassing aan de stand van de handbeschermers van de BMW en constateer vervolgens dat ik te laat ben voor het ontbijt. Alles op het gemak gedaan en mijn wekker een uur verkeerd gezet. Misschien was ik te moe gisteren? Of zou het toch aan iets anders liggen?

In ieder geval, het gezelschap kiest met veel plezier even later voor het asfalt en ik besluit dat ik later op de dag wel iets zal eten. Onmiddellijk na het uitdraaien van de eerste bochten waan ik me in de Giro d’Italia. Naar mijn mening start die pas later, maar je kan je niet voorstellen hoeveel honderden, duizenden Italianen de zondagvoormiddag rond het meer gaan fietsen. Lange slingers fietsers die luid ratelend hun weg afleggen alvorens naar “la mama” terug te keren. Hoe ze het doen is me een raadsel. Alhoewel er van die bergspecialisten bij zijn die kuiten hebben die de vergelijking met een “Gigot d’agneau” kunnen doorstaan.



De BMW doet het stukken soepeler vandaag hetgeen enkel aangeeft dat ik me eindelijk aan zijn eigenschappen heb aangepast. In één penseelstreek neem ik de kronkelende weg langs het Lago di Isteo. Desondanks is het opletten geblazen; ik moet mijn rijgedrag aanpassen aan de horden uitslovers die het zweet uit hun Italiaanse poriën persen op peperdure trappers. Wat later parkeer ik mijn tere geliefde en drink een slok water. Het weer is subtropisch drukkend. De temperatuurmeter geeft 26 graden aan en er hangt veel vocht in de lucht… Wie weet, misschien komt dat wel door die vele fietsers.

De wegen zijn beduidend sneller dan gisteren. Langere bochten met vlekkeloos wegdek, brede banen en na een forse klim kom ik aan in alweer een gezellig dorpje. Gewoon doorrrijden is de boodschap want we gaan naar Como. En dat blijkt het Cannes van de streek te zijn. Trendy en mediéval gecombineerd presenteert Como zich aan mij, terwijl knappe blonde en donkerharige Italiaanse deernes voorbij het terras flaneren waarop ik drink van een verfrissend glaasje Spumante in volle zon.

Een Insalatona (tonijnsalade) en lekker napraten over de hellingshoeken die we konden halen. Mijn geluk kan niet meer op. Ik zit hier in een prachtige streek, met verbazingwekkende landschappen en culturele steden die nog steeds de grootsheid van hun artistieke verleden uitstralen. Eén van die steden is Bergamo, de hoofdstad van de gelijknamige provincie. Bergamo bestaat eigenlijk uit twee delen, een lager gelegen gedeelte en een hoger gelegen stadje. Ik besluit om niet de kabelbaan te nemen naar het in de 16e eeuw ommuurde stadje maar zal dat als afsluiter van de reis bezoeken met de motor.



Zowel beneden als boven is Bergamo echt het bezoeken waard. Het is echt wel een aanrader om er halt te houden en er rond te kuieren.  Overal is er hier wel iets te doen en te zien; voor wie van oude gebouwen houdt, houdt het echt niet op. Ben je liefhebber van de schilderkunst dan kan je terecht in de Accademia Carrara voor de werken van Botticelli, Rubens en Rafaël. Je kan de kabelbaan nemen naar boven of iets eten op een terrasje, of na een rondwandeling doorrijden naar de volgende verbazing.

Enige tijd later kom ik aan in Al Batel, een op het eerste gezicht onbeduidend dorpje langs het Comomeer. Het wordt stilaan tijd dat ik aan een koffie nip en eventjes uitblaas. Ik heb er vandaag al meer dan 100 kilometer opzitten en ontdek, nog voor ik echt ga zoeken, een charmant café langs het Comomeer. Mijn eerste contact met zwembad nummer drie… De geplande 5 minuten rust worden al snel een half uur, ik droom weg bij het vergezicht dat ik hier heb. Zondagsvaarders aperitieven op hun bootjes, eindeloos veel motoren passeren over de weg en ik geniet ook wel een beetje van de dresscode en het entertaining gehalte van een familie die de Communie viert van hun dochter, zus of nicht.



Familiale knuffels van tien minuten en overduidelijke interesse in elkaar met veel ah’s en oh’s, alsof hun laatste contact maanden geleden was, doen me eraan herrinneren dat de Italianen open en gastvriendelijke mensen zijn, familiale goochelaars voorzien van pure charme en verdomd veel charisma… en waar zou nu het huis van George Clooney zijn, vraag ik me af. Maar Como… here we come!



Na enige tijd langs de rand van het meer gereden te hebben, worden we weer de bergen ingestuurd via de smalste weggetjes van de reis. Met in elke bocht wegwerkzaamheden en veel verkeer. Je moet er echt wel rekening mee houden; de Italiaan verplaatst zich zeer graag.

Een scherpe bocht en dan terug kronkelend naar beneden. Ik besluit om de BMW slechts halfvol te tanken omdat je die 30 liter moet meenemen in je bochtenwerk. Aan de pomp blijkt dat je er niet met je Visa of Bancontactkaart kunt betalen maar Euro briefjes slikken de automaten wel. Als we in de diepte een redelijke stad aan het meer ontwaren weten we dat we bijna in Como zijn. Bella signorina, siamo arrivato! Ons hotel, het Metropole & Suisse, ligt op de hoek van het -door trendy Italianen- meest bezochte plein van Como. Met een uitzicht waarbij je enkel kan beslissen om hier nooit meer weg te willen.



Como is een stad met plusminus 83.000 inwoners en is gelegen aan het zuidwestpunt van het Comomeer. Het ligt vlak aan de Zwitsere grens en is één van de drukste grensovergangen van Noord-Italië. De stad bestond reeds ten tijde van het Romeinse Rijk. Marcus Claudius Marcellus liet massieve muren om de stad aanbrengen die grotendeels verwoest werden in de 12e eeuw door de Milanesen. Verder is Como onder andere bekend om haar zijde-industrie. Dat alles lees ik in de reisgids voor ik incheck, netjes de motor in de overdekte garage stal, een warme douche neem om vervolgens te slenteren langs de oever van het meer. Op het “Palais de Festival” na doet Como me wat denken aan Cannes, er is natuurlijk een groot verschil maar de sfeer is er vrijwel identiek.

Daarna de koffer in, om lekker te slapen en dag drie te zien ontwaken. Ik ben overtuigd, morgen tijdig op voor wat fotowerk en daarna op tijd voor een uitgebreid ontbijt.




 

naar top