|
|
|
| Oostenrijk in 4 dagen (deel 2) |
| Terug naar Au: Grossglockner - Hochalpensstrasse |
De volgende dag in Zell am Zee stonden we om 8 uur s morgens weer te popelen om het stalen ros te bestijgen. Enig voor-behoud bij het tamelijk vroege vertrek was de sneeuwval boven de 2400m in Oostenrijk maar dat zou pas een zorg zijn voor het volgende uur. De bedoeling was om via de Grossglockner en de Stallerstattel (Passo di Stalle) via de S49 en de S12 naar de Jaufenpass (Passo Monte Giovo) te rijden. Vervolgens af te dalen via Merano en de S38 door Venosta Vinschau naar de voet van de Reschenpass (Passo Resia) om Oostenrijk terug binnen te rijden om tenslotte via de Arlberg-pass en de Flexen-pass opnieuw in Au te belanden. Zo gezegd, zo gedaan en
het regende (nog) niet.
|
naar top |
 Zell am Zee |
 |
 |
 |
 |
Zoals je op het profiel van de Grossglockner zie je dat de aanloop naar de Grossglockner heel rustig begint. Aan de Embachkappelle op 827m hoogte begint het echte stijgen en moet je de tol betalen (17 euro per motor). Geen echte haarspeldbochten maar lange overzichtelijk bochten tussen een groen kader. In totaal zijn er maar 26 genummerde haarspeldbochten waarvan er 16 aan de noordzijde. Het is dus geen heel moeilijke pas zoals de Stevio maar misschien wel even mooi. Op 1850 meter hoogte krijg je voor het eerst mooie vergezichten op de verschillende 3000-plussers zoals de Grosses Wiesbachhorn en de imposante gletsjers met hun eeuwige sneeuw. Na een kleine dertig kilometer klimmen op 2405m hoogte kun je linksaf slaan naar de Edelweisspitze met zijn 2571m hoogte het hoogste punt van de Grossglockner, althans voor motorrijders. De beklimming is echter verraderlijk: een zestal haarspeldbochten over 1,8km, duidelijke sneeuwresten van de sneeuwval van de dag voordien, kinderkoppen en alpenmarmotten die schuchter de weg durven oversteken maar de beloning is des te mooier: Een schitterend panorama (ook al was het zwaar bewolkt) en mooie fotos. Vervolgens daalden we de Edelweisspitze in alle voorzichtigheid af en namen terug de Grossglockner op om de top te bereiken. Op weg naar de top van de Grossglockner daalden we terug af tot op 2205m om vervolgens de laatste klim naar de top te beginnen. De top van de Grossglockner is gesitueerd op 2505m hoogte net na een tunnel. Buiten een winkeltje en een aantal verrekijkers is er weinig te beleven ondanks het feit dat je de provincie Salzburg verlaat en in Karinitië aankomt. Na een korte stop daalden we de Grossglockner af. Na een 5- tal kilometer dalen op een hoogte van 1850 meter kan je rechtsaf slaan naar het bezoekerscentrum op de Kaiser-Frans-Joseph Höhe op 2369m hoogte vlak voor de Grossglockner met zijn 3798m de hoogste berg in Oostenrijk en het uitzicht op de langste gletsjer van Oostenrijk, de Pasterze. Omwille van de vorige uitzichten en het strakke reisschema gecombineerd met de weersverwachtingen hebben we dit echter aan onze neus voorbij laten gaan en doorgereden via de Iselbergpass (1208m) tot voorbij Lienz op weg naar de Fernbauerntunnel.
|
naar top |
 |
 Grosglockner - Edelweisglosglockner |
 |
In Huben hebben we B108 verlaten via het Defereggental en de Schwarzach rivier om ons naar de aanloop van de Stallersattel (2057m) te begeven. In het Defereggental moeten we verschillende omleidingen volgen omwille van processietochten en grootschalige begrafenissen. We leken wel midden in de film van de Godfather beland te zijn. In Erlsbach rijden we links de Stallerstattel op die aan de Oostenrijks zijden in beide richtingen op en af te rijden. Ondertussen is het lichtjes beginnen te regenen en rijden we door de wolken. De Stallersattel is eveneens een mooie klim maar in vergelijking met de Grossglockner en de Silvretta is het wegdek van mindere kwaliteit maar de weersomstandigheden waren niet zo ideaal. Vlak voor de top van de Stattel kom je in een typisch maanlandschap om enkele honderden meters later het mediterrane Italië te betreden. De Italiaanse zijde is echter heel smal waardoor af- en opgaand verkeer gezamenlijk onmogelijk is. De regeling is zo dat het dalend verkeer vertrekt tussen het uur en het uur plus een kwart terwijl het stijgend verkeer vertrekt tussen het half uur en een uur plus driekwart. Dit impliceert dat je tussen de 15 en de 30 minuten hebt om naar boven of naar beneden te rijden. We kwamen aan om 10u55 waardoor we tussen de 5 en de 20 minuten konden pauzeren. We verkozen echter om als bij de eerste naar beneden te gaan waardoor we in het afdalen niet gehinderd konden worden door trager rijdende wagens. De Italiaanse zijde is werkelijk prachtig: mooi asfalt en mooie uitzichten op het Lagio dAnterselva en de Collatoberg én geen tegenliggers, dus een lust om naar beneden te rijden.
|
naar top |
 |
 Stallerstattel - Jaufenpas |
 |
Beneden in Rasun-Anterselva namen we de S49 richting Bruneck, Bolzano en de Brennerpas. Net voor Brixen zwierden we onze paarden op de S12 richting Brennero tot in Vipenteno. In plaats van via de Brennerpas naar Oostenrijk te rijden, verlengden we ons verblijf in Italië om de Jaufenpass (Passo Monte Giovo) (2199m) te beklimmen om uiteindelijk in Merano te bekomen van de trip. De Jaufenpass begint zeer traditioneel in het groen tot in Calice. Vanaf Calice begint het steeds steiler te stijgen tot je de traditionele alpenrotsen zit liggen aan de kant van de berg en een aantal kilometers verder ligt het hoogste punt dat een mooi uitzicht geeft op wat je nog allemaal te wachten staat in de afdaling. In tegenstelling tot in Oostenrijk was er op de Jaufenpass, ondanks zijn 2099 meter hoogte geen spatje sneeuw te besmeuren en het was er ook merkwaardig warmer dan op de Stattel. De gemoedsrust was weer even gerustgesteld. Vanaf de top van de Jaufenpass volgde een zwierige afdaling tot in Merano via de S44. Vanaf Merano namen we S38 richting de Stelvio via Naturno en Silandro. Net voorbij Silandro kregen we langs de weg de bevestiging dat de Stelvio gesloten was. De sluiting van de Stelvio maakte het voor ons mogelijk om terug te geraken in Au via de Reschenpass of de Passo di Resia. Indien de Stelvio open was konden we die opportuniteit niet links laten liggen en hadden we waarschijnlijk ergens in Italië of Zwitserland een pension gezocht.
|
naar top |
 |
 Resia |
 |
Na de laatste stop voor de Resschenpass in Malles Venosta in een typisch Italiaans high-design cafeetje traden we de beklimming aan van de Resschenpass. In vergelijking met wat we achter de rug hadden, was dit kinderspel. Een beklimming van 15km zonder noemenswaardige stijgingspercentages maar met overzichtelijke bochten en een uitstekend wegdek, alleen de weergoden begonnen zich te roeren en
dat was nog maar het begin. Vooraleer de top van de Resschenpass te betreden kom je eerst aan het Lagio di Muta in San Valentino alla Muta. Een kilometer verderop zie je het Lagio di Resia liggen met aan het uiteinde de ultieme plek voor een foto: een kerk die uitsteekt uit de rivier als overblijfsel van wat vroeger ooit een dorp geweest is. Enfin, na deze culturele bagage op zak gestoken te hebben, verlaten we Italië en stoppen in Nauders om ons stalen ros van voedsel te voorzien. Na Nauders rijden we via de B180 naar Landeck over de Finsmünzpass (1180m) die eigenlijk een bult is in de afdaling van de Resschenpass. De afdaling van de Finsmünzpass en de Resschenpass is mooi met vele zalige bochten die het rubber aan de buitenzijde van de band aanspreken.
|
naar top |
 |
Na de afdaling komen we aan in Landeck om daar de expresweg te nemen naar St. Anton (Ik weet niet of er voor dat stuk een vignet nodig was maar we hadden het alvast niet en hebben geen problemen gehad). Vlak voor St Anton verlaten we de expresweg om de tol van de Arlbergtunnel te vermijden en nemen de Arlbergpass (1793m). Persoonlijk vond ik dat de minst geslaagde col van de reis maar dat kan ook aan het weer gelegen hebben. Het begon immers nu niet meer gewoon te regenen maar pijpenstelen tot in
Au. De reden waarom ik deze pas geen aanrader vind, is de aanwezigheid van vele en slecht verlichte, donkere tunnels die het rijden niet aangenaam maken. Merkwaardig in vergelijking met de Jaufenpass die toch een 300 meter hoger gelegen is dat er hier op de zijvlakken vele sporen van sneeuw terug te vinden waren maar gelukkig genoeg niet op het wegdek. In de afdaling van de Arlbergpass stak er plots een felle mist op die het zicht praktisch belemmerde tot 50 meter wat niet echt bevorderlijk is voor de afdaling van een col. In Raus moesten we echter rechtsaf draaien op de B198 via de Flexenpass waardoor de mist verdween als sneeuw voor de zon maar de zon bleef weg en het water viel nog steeds met bakken uit de hemel. Op de top van de Flexenpass daalden we naar Lech om in Warth de B200 links op te draaien naar de Hochtannbergpass (1679m) om uiteindelijk na een tiental kilometer in Au aan te belanden. De route van de B200 en de B198 via deze drie kleinere passen is schitterend. Constant overzichtelijke bochten, niets anders dan stijgen en dalen, mooie uitzichten op de bergmassieven en dit alles gecombineerd met een prachtig asfalt wegdek. Het leven kan niet mooier zijn behalve bij goed gehumeurde weergoden. Vlug genieten van een welverdiende slaapmuts en batterijen opladen voor de monsteretappe van morgen naar huis.
|
naar top |
 |
| Van Au naar hAUse via de moezelvallei en zonder België - Tunesië |
Op de weg naar Oostenrijk hadden we opgemerkt dat men naast de Autosnelweg de wereldbekerwedstrijden voetbal uitzendt en op onze terugweg naar huis moesten de Belgen net hun tweede wedstrijd spelen tegen de Tunesiërs. We planden onze trip zo dat we rond 11u voor de Tv konden zitten in de buurt van Stuttgart maar alles loopt niet zo als gepland
Het begon in ieder geval niet veelbelovend: Het was wederom aan het gieten. Vlug regenkledij aandoen en vertrekken maar, via de B200 of de Wänder-strasse naar Bregenz. Mooie weg via typische Oostenrijke bergdorpjes maar door de regen was er weinig of niets van te genieten. In Bregenz komen we doorweekt aan om het ros de laatste keer te voorzien van Oostenrijks vocht.
|
naar top |
Route dag 4a
 |
Route dag 4b
 |
 |
Net voorbij de grens met Duitsland nemen de autosnelweg naar Ulm via Memmingen. In Ulm verlaten we de A7 om de A8 naar Stuttgart te nemen. In Ulm krijgen we na de regen een tweede tegenslag, file van net voorbij Ulm tot voor Stuttgart. Doordat we door de file moesten rijden, kwamen we met een beetje vertraging aan in het wegrestaurant. Maar
door de hoge Tv-rechten werden de wedstrijden tussen de verschillende Tv-stations verdeeld en België wordt uitgezonden door een kleine betaalzender die de wegrestaurants niet konden of wensten te ontvangen. Wat nu? Het volgende wegrestaurant: idem dito en idem voor het derde. Vervolgens spraken we af om rustig te eten, iets te drinken en rustig naar huis te rijden
via de Moezelvallei als alternatief. Ondertussen hoorden via de Duitse radio dat België weer niet gewonnen heeft en dat we alles behalve iets gemist hebben. In Pforzeim, tussen Stuttgart en Karlsruhe, maakten we ons op voor de laatse kilometers op de autosnelweg. Nog een laatste keer bijtanken in Hockenheim en op naar de Moezelvallei.
|
naar top |
 |
 Moesel |
 |
Een 15-tal km voor Koblenz rijden we Autosnelweg A61 af op weg naar de Moezel via Korweiler om in Treis de Moezel te kunnen omhelzen. Vanaf Pfalzfeld was het een 30-tal kilometer rijden tot aan de Moezel. Waarschijnlijk wel een aantal kilometers omgereden maar omwille van het heuvelachtige en het bochtige karakter van de wegen vormde dat geen enkel probleem. Bij het achteraf instuderen van de kaart hadden we beter afrit 41 genomen in Boppart om via Bucholz en Brodenbach de Moezel te bereiken maar ons intuïtief aanvoelen heeft ons toch een mooi deel van Duitsland leren kennen. In Treis staken we de Moezel over en bleven de Moezel volgen via allerlei pittoreske en toeristische dorpjes zoals Cochem en mooie wegen tot in Alf. In Alf verlaten we de Moezel om via het Heuvelachtige parcours in Wittlich te belanden. Op het eerste zicht een mooie weg, zij het na een aantal km de halve weg opengebroken lag gedurende 2km met een lange wachttijd voor het rode licht tot gevolg. Vanaf Wittlich zie je de nieuwe autostrade al liggen die Sankt-Vith moet verbinden met de Moezel. Daardoor konden we pas in Bitburg op de autosnelweg en kregen we nog een 30-tal kilometer bochtenwerk voor de wielen geschoteld. Het enige negatieve op deze weg is het drukke verkeer. In Bitburg hielden we een laatste sanitaire stop vooraleer het kleine land in het Duitstalige gebied binnen te treden en de laatste etappe van Au tot Hause te beëindigen.
|
naar top |
 |
| Op vier dagen tijd 2600km rijden lijkt gekkenwerk maar uiteindelijk valt het nog wel mee. Toegeven: 4 dagen niets anders dan eten, slapen en motorrijden maar als motard die ook nog houdt van bochten, passen en uitzichten was het toch genieten. Mathematisch was het 650 km per dag maar de vele kilometers autosnelweg maakten het toch draaglijk in het aantal uren op de motor vertoeven. Tijd voor culturele uitstappen was er niet buiten een aantal quik-stops zoals in Bregenz, Au, Innsbruck, Zell am See en Merano. De verschillende bergpassen en de fabuleuze uitzichten maakten veel zo niet alles goed. Daarom onderaan 2 tabellen. Enerzijds de verschillende steden met hun trekpleisters en anderzijds de verschillende passen die we in die 4 dagen bedwongen hebben. Motards die eventueel informatie willen over de route (met het roadbook), bezienswaardigheden of onze overnachtingsplaatsen kunnen ons altijd contacteren via email: |
naar top |
|