|
|
|
| Les années 70 plein pot: een nostalgisch overzicht van het motorgebeuren in de jaren 70. |
|
Paul DHooghe
|
 |
Al snuisterend in één van de vele gezellige stripwinkels in de buurt van de Matonge-wijk te Elsene viel mijn speurend oog op een grappig getekend kereltje dat als een vlag wapperde aan het stuur van zn woest accelererende Honda CB 750 Four. Zowel de tekening als de titel lieten geen twijfel bestaan over de inhoud van dit 117 paginas tellende boek. "Les années 70 plein pot" betekent vrij vertaald zoveel als "Volgas door de jaren 70". Het behandelt op een heel eigen dynamische en humoristische wijze één der belangrijkste decennia in de naoorlogse motorgeschiedenis.
Maar wat doet dit volbloed motorboek in een stripzaak? Wie ooit Guust Flater gelezen heeft, zal het wel merken. In heel de stripwereld is er maar één die Franquins stijl zo prachtig heeft overgenomen. Die ene werkt onder de schuilnaam Stéfane. U totaal onbekend?! Maar doet u me dat toch niet aan! Ik mag, hoop ik, toch wel aannemen dat u wél al van het Joe Bar Team en Ed Vollegaas (Edouard Bracamé voor de franstaligen onder ons) gehoord hebt, niet? Ed en zn team beleven in één der meest populaire motorstripverhalen waanzinnige fratsen die voor elke motorrijder herkenbaar zijn. Welnu, diezelfde tekenaar die het Joe Bar Team tot leven heeft gewekt, heeft zijn grafische talenten ten dienste gesteld van een kleine, maar kostbare reeks, waarin het motorfenomeen decennium per decennium besproken wordt. Dáárom staat dit boek in een stripwinkel.
Bladzijde per bladzijde openbaarde de inhoud van deze papieren schat zich aan mijn ogen. Het boek is geschreven in behoorlijk moeilijk Frans. De vele volkse motortermen die met gulle hand zijn uitgestrooid, maken het er zeker niet eenvoudiger op. Vele finesses ontgaan me. Wat moeten wij, oervlamingen, immers maken van termen als les bécanes, les meules, les brelles, les chiottes ou les poumons, les ravelingues et des merdes ? Uit de context maak je op dat het gaat om één of meerdere types motorfietsen, maar dewelke is absoluut niet duidelijk. Dat je de helft niet kunt vertalen maakt je plezier er niet minder om want de prachtige grote tekeningen van Stéfane verduidelijken veel, net als de naar nostalgie ruikende fotos.
Zo mooi de tekeningen, zo functioneel is de indeling van het boek. Het vangt aan met sappige beschrijvingen van de typetjes motards die toentertijd de wegen onveilig maakten. Er zijn de routards die kilometers malen, de freaks die zomer na zomer de treffens aan elkaar naaien, de sportievelingen die leven om te racen en de modebewuste machos met het mooiste en duurste aan materiaal en vrouwen. Bij elk typetje hoort een mooie tekening van de man en een fijne beschrijving van zijn uitrusting, zijn voertuig, zijn evenementen en zijn leefwereld.
De motorfietsen ontbreken natuurlijk niet op het appèl. De meest succesvolle modellen van de belangrijkste Europese en Aziatische merken worden er op een rijtje gezet en lekker subjectief omschreven. In tegenstelling tot de huidige machines waren de modellen uit die tijd allesbehalve perfect. Was de wegligging subliem, dan waren de remmen geen fluit waard, het motorblok kon nog geen vliesje van een kop warme chocomelk aftrekken of als dat geen probleem vormde, dan was er het ijzerwerk dat begon te roesten als je er nog maar naar keek. Kortom, er was altijd wel wat te becommentariëren en dat gebeurt dan ook volop in de stukjes. Geen greintje medelijden valt er te bespeuren. Integendeel zelfs, met een scherp gevoel voor humor worden de machines aangepakt. Wat goed is, wordt echter met de nodige superlatieven overladen. Als je de stukjes leest, krijg je de indruk dat men per model de grootste fan en de grootste vijand bij elkaar gezet en geïnterviewd heeft om achteraf hun commentaar te kunnen gebruiken in de stukjes. Elk model wordt bovendien vergezeld van fotos uit oude reclamefolders en technische fiches waarin als belangrijkste referentie de tijd over 400m sprint vanuit stilstaande start.
Eveneens zeer goed in beeld gebracht is de dreiging van de "Jappen". De jaren 70 betekenden voor alle Europese markten een ware hel want de Japanners kwamen met zeer sterke en goed afgewerkte motorfietsen de markt opgestormd. Nortons, BMWs, Ducatis en Laverdas kregen het aan de stok met Hondas, Kawasakis, Suzukis en Yamahas. De pogingen van de fabrikanten om elkaar de loef af te steken zijn een plezier om te lezen. Nu tenminste, in 2002.
Eén der belangrijkste drijfveren om op de motor te klimmen was en is nog steeds de competitie. Doorheen de verschillende klasses worden de meest spraakmakende motorfietsen kort vermeld: een 50cc Jamathi, een 125cc Maïco, de 350cc metende Benelli en nog vele andere mooie juweeltjes. Geen races zonder piloten natuurlijk. Stoere mannen als Sheene, Nieto, Saarinen en Phil Read worden nogmaals op hoogste schavot getild. Elkeen zn meest opvallende karaktertrekjes en zeges worden vermeld. Hier en daar heeft Stéfane een prachtige cartoon gemaakt. De eeuwigdurende brede grijns op de tronie van Sheene is bvb. erg treffend. Kortom, voor wie veel bewondering heeft voor de piloten en machines van dat tijdperk, is dit reeds in 1993 verschenen boek echt een must. Het zal niet gemakkelijk zijn om het op te sporen.
Toeval bestaat niet, zegt men. Toch geloof ik erin, al jaren. Enkele weken nadat ik dit boek gekocht had, werd ik uitgenodigd om naar de Classic Motorraces te Chimay gaan kijken. Wat zag ik daar? Een Aermacchi in perfecte staat, een Benelli compleet met de sensueel geplooide matzwarte uitlaatpijpen, een 250 cc Harley-Davidson en nog veel meer moois. Klaar om te racen. Op de deelnemerslijst stond
Phil Read, meervoudig wereldkampioen uit de jaren 70.
Eens verslaafd, altijd verslaafd.
|
 |
|