> Home > Modellen > Merken Nieuws
Professionaliteit in de motorwereld. Een zegen of een vloek?

De laatste jaren is de motorwereld, zowel voor als achter de schermen, enorm geëvolueerd. Als motorrijders zien we daar niet meteen zoveel van, maar dat de meeste merken minder dealers hebben dan vroeger en dat de showrooms wat betreft oppervlakte en uitstraling stilaan meer op die uit de autowereld beginnen lijken, daar kan niemand naast kijken. Achter de schermen, op het niveau van de importeurs en daarboven, zijn er echter nog meer evoluties doorgevoerd. En daarover wilde ik wat meer te weten komen…

Soms heb ik er mijn twijfels over of dat allemaal wel nodig is. Moeten die showrooms zo nodig allemaal glazen paleizen worden? Waarom verdwijnen steeds meer private importeurs ten voordele van rechtstreeks door de merken opgezette vestigingen? Om antwoord op die -en nog meer- vragen te krijgen maakte ik een afspraak met Filip Menschaert, de manager van Kawasaki Benelux.

Filip heeft de beide kanten van het importeurschap gezien en beleefd. Hij was de laatste General Manager in het privaat gerunde Kawasaki Belgium en zet die taak sinds begin 2006 verder onder de vlag van Kawasaki Benelux, een afdeling van Kawasaki Europe. Net daarom stak ik uitgerekend bij hem mijn licht op, want uit eerste hand indrukken vergaren is nog steeds de beste basis voor een diepgaand artikel.

’t Is net voor Kerstmis als ik Filip kan strikken voor een interview. Dat het vastleggen van een datum en een uur voor dit interview niet echt gemakkelijk ging vindt zijn oorsprong in het feit dat Filip zowel de leiding heeft over Kawasaki België als Kawasaki Nederland en dus constant heen en terug pendelt tussen die twee vestigingen. Ja, je moet het maar doen… Toch ziet de man er ontspannen uit en maakt graag tijd vrij voor een diepgaand gesprek. Als de koffie op tafel staat steek ik van wal…

Motornet: Filip, je werkt nu ongeveer een jaar in de nieuwe structuur die Kawasaki Europe voor de Benelux heeft bedacht. Hoe bevalt dat?

Filip Menschaert: Uitstekend! Wat Kawasaki bij het opzetten van de Benelux branch voor ogen had is gerealiseerd en heeft zijn eerste jaar achter de rug. De structuur heeft het afgelopen seizoen zijn degelijkheid bewezen en met het fijn afstemmen van de laatste details zijn we volop bezig. Het feit dat we enthousiaste, flexibele medewerkers gevonden hebben om de functies in te vullen is daarbij natuurlijk niet onbelangrijk gebleken. 2007 beschouw ik als het eerste jaar sinds lange tijd dat Kawasaki in de Benelux eindelijk voluit zal kunnen gaan. Op importeursniveau is alles geregeld, de contacten met de dealers verlopen uitstekend en met de nieuwe modellen die er zijn gekomen, beschikken we over alles wat nodig is om de motorrijders optimaal te kunnen plezieren.

Motornet: Je kent als geen ander het verschil tussen een private importeur en een rechtstreeks door het merk gerunde afdeling. Wat zijn volgens jou de voordelen die deze laatste organisatie met zich meebrengt?

Filip Menschaert: Heb je een uurtje? Want dit krijg ik niet zomaar in vijf minuten uitgelegd?!

Ik knik bevestigend, schenk me nog een kop koffie in en ga er goed voor zitten, want mijn nieuwsgierigheid is nu wel écht gewekt…

Filip Menschaert: Om alles in een juist kader te kunnen plaatsen moet ik je eerst een beetje uitleg geven over het bedrijf Kawasaki Heavy Industries LTD. Dat bedrijf heeft een enorm brede waaier van activiteiten. Kawasaki is bijvoorbeeld actief in onder andere de ruimte- en de luchtvaart, bouwt treinen en schepen, is werkzaam in de energiesector, levert industriële uitrustingen aan heel veel takken van de nijverheid en heeft daarnaast een uitgebreide afdeling die Consumer Products maakt. Tot die laatste afdeling behoren de motorfietsen, naast onder andere de ATV’s, de landbouwvoertuigen en gereedschappen en de jetski’s. Zoals je kunt merken is er heel wat gebeurt sinds Shozo Kawasaki in 1878 het bedrijf oprichtte.

Motornet: Werken al die afdelingen apart of wordt er onderling technologie uitgewisseld?

Filip Menschaert: Daar wou ik net toe komen. Elke afdeling runt zelfstandig een R&D afdeling. Die enorme hoeveelheid kennis komt niet één sector van het Kawasaki-imperium ten goede, maar wordt gebruikt om het volledige bedrijf ten dienste te staan. Het spreekt vanzelf dat daarvoor een degelijk communicatienetwerk nodig is. Vergelijk het met een lange ketting waarbij elke schakel bijdraagt tot succes. Elke schakel vergaart gegevens en dus ook kennis binnen zijn eigen werkgebied en op de locatie waar die schakel werkzaam is. En dat laatste is niet onbelangrijk want ondanks de globalisatie zijn er nog steeds overduidelijke verschillen in de noden, de wensen en gebruiken tussen de landen onderling. Het spreekt vanzelf dat elke schakel, om optimaal te kunnen functioneren en bijdragen in dit proces, 100 % compatibel moet zijn met de rest. En dat kan alleen als die schakel integraal beantwoordt aan de filosofie van het bedrijf dat Kawasaki Heavy Industries heet.

Motornet: Kan je ons daar een voorbeeld van geven?

Filip Menschaert: Jazeker. Ik neem als voorbeeld de geboorte van een nieuwe motor. De verschillende Kawasaki-afdelingen die wereldwijd met motorfietsen bezig zijn worden eerst en vooral gevraagd wat hun plaatselijke markt nodig heeft. Eenmaal dat is bepaald is er heel wat slagkracht nodig om het management in Japan te overtuigen dat dit type motorfiets er ook echt moet komen. Motorfietsen bouwen mag dan wel een passionele bezigheid zijn, indien die motorfietsen niet aan de vraag van de markt beantwoorden dan ben je als fabrikant niet goed bezig. En dat weten ze daar in Japan maar al te goed. Die overtuigingskracht wordt voor Europa verkregen door het gezamenlijke front van Kawasaki branches, zeg maar de landelijke vestigingen die Kawasaki Europe vormen. Die bepalen samen wat de vooropgezette verkoopcijfers van een nieuw model kunnen zijn aan de hand van hun kennis van de plaatselijke motormarkt. Deze keiharde argumenten worden vervolgens in Japan naast die van Kawasaki USA gelegd, want de Verenigde Staten zijn eveneens een heel belangrijke afzetmarkt voor Kawasaki. Die soms heel uiteenlopende meningen worden uitvoerig bestudeerd en eerst nadat alle aspecten afgewogen zijn, wordt overwogen of met de ontwikkeling van die nieuwe motor kan worden begonnen.

Anderzijds is het ook zo dat eens een motor gebouwd en gecommercialiseerd is er uitvoerige studies worden gemaakt over wie de motor koopt, hoeveel kilometers er gemiddeld mee wordt gereden en waarvoor die motor gebruikt wordt. Die feedback –en nog heel wat andere relevante data- wordt integraal aan de verschillende vestigingen doorgespeeld zodat er op korte termijn en tegen relatief lage kosten heel wat kennis verspreid wordt. Iets wat de dealers en de motorrijders uiteindelijk ten goede komt. Het beste voorbeeld van wat die gezamenlijke inspanningen allemaal opleveren kan ik geven door ons huidige aanbod aan motoren voor te leggen. De tijd dat Kawasaki slechts sporadisch met echt nieuwe motoren op de proppen kwam is voorbij. De motoren die nu recent gecommercialiseerd werden zijn allemaal een succes, ook al waren ze misschien in eerste instantie niet meteen als Kawasaki’s te herkennen. Kijk maar naar het succes van bijvoorbeeld de ER-6n en ER-6f, dat zijn gloednieuwe concepten die het wereldwijd erg goed doen bij de motorrijders… Zo’n schot in de roos is geen gelukstreffer!

Om al die communicatie optimaal te laten verlopen dienen er overal dezelfde procedures gevolgd te worden, dient er een transparant en uniform beleid gevoerd te worden, dient elke afdeling over dezelfde drive en capaciteiten te beschikken. En dat wordt mogelijk door elke afdeling dezelfde mogelijkheden toe te kennen zij het in evenredigheid tot de lokale markt waarin ze werkzaam zijn.

Motornet: Eendracht maakt macht, en samen weet je meer dan alleen, is dus ook in de motorwereld heel belangrijk…

Filip Menschaert: Inderdaad, en meer dan ooit. Maar er zijn natuurlijk nog andere voordelen aan het deel uitmaken van een wereldwijde organisatie. Zo kan er bijvoorbeeld op kosten en tijdsbesteding bespaard worden bij het voeren van publiciteitscampagnes, krijgt het merk eenzelfde look en feel wereldwijd… net als reeds jaren in de auto-industrie gebruikelijk is. Daardoor kan je je als landelijke vertegenwoordiger beter gaan richten op de taken die voor het merk belangrijk zijn: het kennen en aanvoelen van de motormarkt en optimale service verlenen aan de dealers en de eindgebruikers. In de tijd waarin we nu leven moet je een specialist zijn in je vak om je job goed te kunnen doen en daarom is het zeer belangrijk dat daarvoor de juiste omgeving geschapen wordt.

Motornet: je noemde daarnet de autowereld. Denk je dat de motorindustrie dezelfde wegen moet bewandelen om de motorrijders -en de kandidaat motorrijders- te kunnen behagen?

Filip Menschaert: Hoe charmant het voor de reeds lang rijdende motorrijders ook mag zijn, de tijd dat de man die aan de motoren sleutelde tezelfdertijd en voor al zijn klanten ook een perfecte verkoper en raadgever kon zijn én daarnaast zijn zaak kon runnen, is zo goed als voorbij. Dat komt omdat de dealer heel wat nieuwe taken op zich heeft genomen, omdat er dagelijks heel veel nieuws op de markt komt waarvan hij op de hoogte moet blijven en omdat de eisen van de klanten ook veel hoger zijn komen te liggen. Ook is het aantal motoren duidelijk toegenomen –zelfs binnen eenzelfde merk- waardoor er meer technische opleidingen moeten gevolgd worden, hetgeen nog verstekt wordt door de technisch hoge vlucht die de motorindustrie heeft genomen waardoor er meer technische kennis paraat moet zijn bij de dealer. Bovendien zijn door allerlei regelgevingen heel wat paperassen de kop komen opsteken, en alhoewel we als importeur daarvan heel wat uit handen nemen van de dealers, dienen ze ook op dat vlak op de hoogte te blijven van wat er reilt en zeilt.

Motornet: de showrooms van sommige motorzaken lijken wel glazen kathedralen die bewoond worden door een leger van personeel. Denk je dat deze trend nodig is om de motorrijders optimaal te kunnen bedienen?

Filip Menschaert: Ik denk dat de klanten van vandaag liever een motor kopen in een eigentijds ingerichte en opgezette zaak. Tenslotte is de aanschaf van een motor en de daarbij horende accessoires en veiligheidskledij een hele investering. Een hedendaagse klant verwacht dan ook dat hij die beslissing in een passend kader kan nemen waarbij hij verwacht geadviseerd te worden door specialisten. Dat daarbij een evenwicht moet gehanteerd worden lijkt mij logisch. Op het moment dat een potentiële klant het gevoel krijgt dat hij in een gouden kooi is beland denk ik niet dat hij zich daarbij gelukkig zal voelen… Een mooi aanbod aan motoren, kledij en accessoires die op een aangename en professionele manier aangeboden worden en een goede service achteraf; meer is er volgens mij niet nodig om een klant tevreden te stemmen…

Motornet: Reeds jaren lang maakt de motorindustrie steeds performantere motoren. Kan er zich, nu het professionalisme in de branche zich verder doorzet, ook in die richting een evolutie voordoen? Tenslotte weet toch iedereen dat het surplus aan prestaties die bijvoorbeeld de supersport motoren bieden op de openbare weg zo goed als onbruikbaar is?

Filip Menschaert: Voor andere merken kan ik daarvoor natuurlijk geen uitspraken doen maar bij Kawasaki wordt deze denkpiste al enkele jaren gebruikt. Onze topsport modellen zullen natuurlijk altijd het uithangbord blijven vormen voor ons technisch kunnen en dus een laag gewicht en een hoog motorvermogen meekrijgen. Goed om weten is echter dat ook daar een iets andere koers gevolgd wordt de jongste jaren. Onze ZX-10R bijvoorbeeld mag dan wel iets krachtiger zijn geworden door de jaren heen, bij de laatste updates werd er voornamelijk getracht om die motor gebruiksvriendelijker te maken. En met succes, want de laatste versie stuurt gemakkelijker, zit beter en remt met meer gevoel. Een ander voorbeeld is de Z1000 die dit jaar vernieuwd werd. Deze motor zal op top niet sterker zijn dan zijn voorganger maar kreeg wel een gevoelige prestatieverbetering in het middelgebied aangemeten. Daardoor rijdt hij veel aangenamer, trekt hij soepeler door en biedt dus een groter gebruiksgemak dan voorheen. Natuurlijk gaat er ook veel aandacht naar het ontwikkelen van motoren die minder brandstof nodig hebben en milieuvriendelijker zijn.

We horen gelach in de aanpalende kamer en kijken op de klok. Het middaguur is aangebroken en het Kawasaki-team maakt zich op voor een gezellig onderonsje om het voorbije jaar uit te wuiven. Filip nodigt me uit om een hapje mee te eten maar dat moet ik jammer genoeg afslaan. Er wacht me op de redactie nog wat werk en een klein stemmetje vanbinnen waarschuwt mij ervoor dat de wet van Murphy ook nu op de loer ligt. Ja, ’t leven gaat verder, ook al staan de feestdagen voor de deur…