> Home > modellen

Voorstelling Triumph Scrambler 2006

Triumph vindt als motormerk constant zichzelf terug uit en blijkt daarbij de laatste tijd bepaald niet vies meer te zijn van zijn verleden. Terwijl tal van marktsegmenten aangeboord worden met gloednieuwe hypermoderne modellen, breidt Triumph ook zijn gamma uit voor de meer nostalgisch gestemde motorrijders. Die willen via het berijden van moderne motoren desondanks de klassieke bouwstijlen doen herleven. Een initiatief waar we alleen maar blij kunnen om zijn, want verandering van spijs doet immers eten…

 

Toen we begin 2005 de Triumph-fabrieken bezochten, stelden we daar de vraag wanneer we de Scrambler versie van de Bonneville mochten verwachten. Die evolutie leek ons logisch na de lancering van de bloedmooie Truxton 900. De twee leidinggevende figuren waaraan we deze vraag stelden, verdienen een Oscar voor hun acteerkunsten, want ze vertrokken geen spier op hun gezicht terwijl ze ons antwoordden dat daarvoor nog geen concrete plannen bestonden. En nu, amper een half jaar later, staat de Bonneville Scrambler ons ongegeneerd zijn karakteristieke kont te tonen…

Wie niet weet wat een “Scrambler” versie van een motor is, hoeft niet meteen in paniek naar een woordenboek te grijpen; we zullen meteen tekst en uitleg geven wat voor motoren daarmee bedoeld word. Om het gehele plaatje duidelijk te maken, moeten we teruggaan naar de eerste decennia van de motorgeschiedenis. Toen werd er door de constructeurs -om de betrouwbaarheid van hun producten te bewijzen- deelgenomen aan wedstrijden die zich zowel op verharde als onverharde banen afspeelden. Om aan dat soort wedstrijden –de voorlopers van de huidige trail competities- deel te nemen, werden de motoren niet zelden alleen maar van all-road-banden voorzien, maar kregen ze ook hoog geplaatste uitlaatsystemen, langere veerwegen, bredere sturen en werd hun uitrusting tot het rudimentaire teruggebracht. Zo ontstonden er motoren die een mix waren van verschillende componenten; in die mate zelfs dat er een nieuwe benaming voor die motoren werd bedacht. De naam Scrambler is afgeleid van het Engelse woord “scramble”, wat zoveel betekent als klauterpartij, vervormen en door elkaar gooien. Geef toe, gezien de bouwstijl van deze motoren is deze naam helemaal niet slecht gekozen…

Dat in die tijd men met zijn wedstrijdmotor naar de races reed, er zijn ding deed en ermee terug naar huis reed, heeft gemaakt dat ook de niet-wedstrijdrijders voor dit type motoren interesse kregen. De Scrambler bouwstijl werd gecommercialiseerd en kende een groot succes. Zelfs in films die nu klassiekers worden genoemd, werden de Scramblers massaal ten tonele gevoerd. Voor heel wat motormerken was een Scrambler in hun gamma hebben dan ook toendertijd ronduit een must. Jammer genoeg is die bouwstijl daarna -net als de café-racers- onder het stof van de motorgeschiedenis verdwenen, waar hij letterlijk lag te wachten om herontdekt te worden.

Voxan deed daartoe een serieuze poging, maar dat het momenteel uitgerekend Triumph is die de moed heeft gehad om dat op grote schaal aan te durven, is geen toeval. Triumph laat daarmee weten dat het fier is op zijn geschiedenis en met de moderne Bonneville reeds in productie was er ook geen groot kunst- en vliegwerk nodig om een échte Scrambler tot leven te wekken. De voorgestelde twin is namelijk geen flauw afkooksel van wat een échte Scrambler moet zijn: de motor staat zowel voor als achter op Bridgestone Trail Wings banden, heeft prachtige, hoog oplopende uitlaatdempers en staat -afgaande op de enige foto die we toegestuurd kregen- ook wat hoger op zijn poten dan de standaard Bonneville. Ook het gemonteerde stuur is blijkbaar hoger en breder dan op een standaard Bonneville. Op de show van Parijs krijgen we meer info over deze motor te pakken dus komen we zeker nog op de bouw van deze Scrambler terug…

naar top