Daar sta je dan
als testrijder voor een motor die niet alleen bloedsnel oogt, maar volgens zijn scheppers droog slechts 172 kilogram weegt en 180 pk aan de krukas levert. Je bekijkt de motor even langs alle kanten en maakt je ondertussen de bedenking dat wie het gehele potentieel van deze motor durft te gebruiken op de openbare weg, meteen een ereplaats verdient in de beste psychiatrische instelling die het land rijk is. Toch word je mateloos aangetrokken door de ranke verschijning en het uitdagende lijnenspel van de nieuwe Yamaha-topper voor 2004. Goed genoeg voor een kamer in een gekkenhuis zijn we echter net nog niet, dus scharrelen we al onze zelfbeheersing samen en gaan voorzichtig met deze supersonische telg van het Yamaha-geslacht op pad.

Lap! Reeds na een paar honderd meter hebben we prijs: er komt een motor achter ons aan rijden en die begint ons te volgen als een schaduw. Twee keer toertjes rond hetzelfde ronde punt rijden helpt niet, dus spelen we maar een andere kaart om ons van onze achtervolger te ontdoen. Goedgemutst als we zijn, laten we de nieuwsgierige VFR- rijder voorbij ,zodra we daartoe de kans krijgen. Maar ook dat lukt niet zonder slag of stoot: de man wil ons nadrukkelijk teken doen dat hij de R1 gewoon het einde vindt. Met zijn duim omhoog, terwijl hij tergend traag aan ons voorbijgaat, kijkt hij de R1 bloedgeil aan door zijn aangedampte vizier. We hadden het moeten weten: met de enige gloednieuwe R1 rijden die zich in België op de weg bevindt, zal bepaald niet onopgemerkt voorbij gaan.

En gelijk hebben ze, die motorrijders, voetgangers, autobestuurders, fietsers gepensioneerden, snotneuzen en jonge dellen die met de mond open naar de R1 staren als we komen aanrijden: de R1 is in zijn nieuwste versie een motor om van te smullen, om natte dromen van te krijgen, om dodelijk verliefd op te worden
en dit vanaf de eerste aanblik! Een knappe kop, een strakke kont en een messcherp en stijlvol gestileerde lijn kunnen blijkbaar zelfs de sloomste Belg interesseren. Ook wanneer de R1 stilstaat oogt hij bloedmooi en enorm snel. Bovendien is de motor voorzien van een aantal mooie details, die er allemaal samen voor zorgen dat de motor een super afgewerkte indruk nalaat op iedereen die zelfs maar even in de buurt komt. Omdat je, net als een mooie vrouw, ook een mooie motor nooit voor jezelf alleen hebt, laten we iedereen maar zijn gang gaan
Kijken mag, aankomen niet; zo luidt de boodschap

Als geboren gelukzakken mogen wij natuurlijk wel naar believen aan de R1 zitten en meer zelfs: we moeten ermee rijden. Anders komt van ons testverslag niets terecht en dat zou toch echt wel zonde zijn. Wanneer we de sterkste vierpitter van Yamaha voor "normaal" baangebruik toch- op gang brengen, blijkt dat de uitlaatdempers niet alleen knap gevormd onder het zadel zitten, maar dat ze ook héél mooie klanken uitstoten. Mocht Ferrari een viercilinder maken, dan zou die wellicht ook ongeveer zo klinken; een beetje hees maar verder heel sexy, alert en héél zelfzeker. Eenmaal in het zadel word je als piloot het woord bestuurder lijkt ons in de context van de R1 een beetje te gewoontjes- direct gewaar dat de scherpe lijnen waarmee de motor is vormgegeven ook ergonomisch doordacht zijn. De R1 zal de meeste motorrijders passen als een handschoen: alles is zo opgesteld dat je je erg snel één geheel begint te voelen met de motor. En dat allemaal zonder dat je daarvoor eerst les moet krijgen van een gediplomeerde slangenmens. De voetsteunen staan sportief, maar beslist niet uitermate extreem opgesteld en het stuur is volgens hetzelfde idee plaats gegeven. Sportief en comfortabel én gemaakt voor normale mensen: zo voelt de zithouding dus aan en zo hoort het ook, zelfs voor een supersonische hypersport.

Met een blik vol achting voor het kunnen van de R1 gingen we vervolgens de baan op. In eerste instantie voelden we daarbij niets speciaals aan de motor. Die stuurde licht en gemakkelijk en volgde poeslief onze aanwijzingen op. Inderdaad, aanwijzingen, want met 180 pk tussen je knieën mag je als piloot wel zo snel mogelijk een goede samenspraak met de techniek trachten te bewerkstelligen, wil je niet binnen de kortste keren uit je pak gerukt worden. Gelukkig liep het allemaal niet zon vaart. Vlot rijdend schakelden we de bak in zijn twee en voerden langzaam het tempo op. Daarbij viel ons al snel op dat de R1 beslist geen kampioen is op het gebied van de windbescherming. Ter hoogte van onze schouders speelde er duidelijk wat rijwind en ook onze helm kreeg met die luchtverplaatsing te maken. We hadden beter verwacht... tot we even naar de snelheidsmeter keken: bijna 170 kilometer per uur gaf die aan op dat moment. Toch zouden we gezworen hebben dat we nog steeds ons rijbewijs niet in gevaar hadden gebracht
De eerste waarschuwing van de R1 hadden we meteen gekregen: deze motor rijdt zo gemakkelijk snel, dat je het niet voor mogelijk houdt. Die indruk is waarschijnlijk het gevolg van de fluwelen soepelheid waarmee het vermogen wordt afgegeven. Reageren op het gas doet de R1 natuurlijk weldegelijk, maar toch voelt de krachtsontplooiing in eerste instantie niet enorm agressief aan. Tenminste, zolang je met zin voor rede aan het gas draait en de goden lees Bertje en consorten - niet te veel tart. Even de wetten van de fysica uitdagen door écht aan het gas te gaan hangen resulteert geheid in een bijna onnatuurlijke, griezelig snelle acceleratie. Inderdaad, griezelig, want de horizon vliegt zomaar plots je helm binnen, dringt door je oogbollen tot in je schedel en neemt daar bezit van je verstand. En dat allemaal met een motor die ook in staat is om in zijn hoogste versnelling zonder problemen aan 2000 toeren per minuut rond te bollen. Waar gaat deze wereld naar toe? Is hij dan echt bijna naar de kl
-sorry- haaien?

Een gewaarschuwd man is er twee waard, dus gingen we vanaf dan extra voorzichtig om met de R1. Die apprecieerde blijkbaar onze waakzaamheid, want we kregen zoveel flexibiliteit op tafel, dat we er nu nog altijd niet volledig van bekomen zijn. Een pracht van een powerband vanaf de vrijloop tot aan de rode zone op de toerenteller- en zes versnellingen die samen zorgen voor een aanbod van een ronduit verschrikkelijk indrukwekkend aantal paarden. Of deze motor momenteel zowat de snelste straatmotor is, zullen veel fabrikanten van andere motormerken wellicht meteen betwisten; maar we weten zeker dat het een raket is die niet alleen hard gaat, maar ook heel gemakkelijk te beheersen valt. Het systeem dat je daarbij dient aan te houden is heel eenvoudig: hoe hoger je in de toeren rijdt, hoe sneller de motor reageert op het gas. En zo hoort het ook; er zitten namelijk maar weinig verstandige mensen te wachten op een motor die wild aan je armen rukt wanneer je bij een laag toerental bijvoorbeeld even een niesbui krijgt of in een putje rijdt. Beschaafd met de R1 op pad gaan is dus best mogelijk, maar het kan natuurlijk net zo goed anders als je dat wilt. Laat je het toerental oplopen en schakel je vlotjes op, dan heb je zo een cijfer boven de 250 op de teller staan; en daarvoor moet je echt je best niet doen: het gebeurt veel sneller dan we deze zin kunnen neerpennen. In welke versnelling de bak op dat moment staat speelt bijna geen rol. Reeds in zijn tweede loopt de R1 ruim over de 200 kilometer per uur en het breed uitgesmeerde koppel zorgt dat, ook in de hogere versnellingen en bij lage toerentallen, de acceleratie gigantisch blijft wanneer je het gas opengooit. De werking van de versnellingsbak, zowel als die van de koppeling, bevorderen dat proces: beide werken soepel en correct en de liefhebbers van opschakelen zonder koppeling zullen maar wat blij zijn dat de R1 daar een echte kampioen in is. Iets anders hadden we ook echt niet verwacht van een motor die rechtstreeks afstamt van zijn MotoGP-voorvader waar een zekere Valentino Rossi dit jaar het mooie weer mee zou willen maken.

180 pk voor een drooggewicht van 172 kilogram, daarvoor heb je niet alleen een krachtige motor nodig, maar ook een hypermodern rijwielgedeelte. En dat over dat laatste beschikt de R1 natuurlijk ook. De combinatie van het stijve aluminium frame en een perfecte ophanging zorgen voor een heel hoogstaand rijgedrag. Opvallend is dat de motor absoluut geen slechte wegen schuwt, maar ook daarop messscherp blijft sturen. Zowel de voor- als de achtervering staan sportief afgesteld, maar filteren toch ook heel wat van de bulten en putten uit. Met name de voorvork is een echte kampioen op dit vlak: enige nervositeit in de neus van de motor konden we nooit uitlokken, niet in de bochten, noch op de rechte stukken. Zelfs een echte Belgische betonbaan kon ons daarbij niet helpen. Of dit gedrag enkel het resultaat is van een uitgekiende geometrie, gewichtsverdeling en veerafstelling; of ook te maken heeft met de standaard gemonteerde stuurdemper weten ze wellicht alleen maar op de ontwikkelingsafdeling van Yamaha. Wij hebben er alleen maar het raden naar en dat is helemaal niet erg. Wat écht goed is, hoeft niet altijd veel uitleg, wel integendeel

Hetzelfde zou kunnen opgaan voor de werking van de remmen van de R1. Toch willen we hierover in het lang en het breed uitwijden want die werken, met name vooraan, echt méér dan voortreffelijk. De radiale rempomp en de radiaal gemonteerde remklauwen zien er dus niet alleen goddelijk uit, maar werken ook uitmuntend. Aan je wijsvinger heb je bijvoorbeeld al genoeg om de R1 mooi progressief in snelheid te doen minderen. Rem je met alle vingers, dan moet je als beginnende R1 bestuurder heel gecontroleerd te werk gaan want de remmen zijn écht heel krachtig; zelfs vanaf een lichte druk op het remhendel. Gelukkig remt de R1 vooraan zo progressief, dat het woord op zich tekort schiet om deze werking weer te geven. Om duimen en vingers bij af te likken zijn die remmen van de R1, écht waar! Achteraan is het allemaal natuurlijk wat minder, maar ook hier is de vertraging naar behoren. Met zachte aandrang even het pedaaltje beroeren is voldoende om een remwerking te produceren die er beslist mag zijn voor een sportmotor. De achterrem zit er dus niet alleen op omdat dat zo moet van de wet, maar is dus weldegelijk bruikbaar. Tenminste, wanneer je van zijn diensten wenst gebruik te maken: want met de voorrem alleen heb je al meer dan genoeg stopkracht genoeg in huis om zelfs een kudde dolgedraaide schoonmoeders vlot tot staan te brengen. En dat wil toch al wat zeggen
zeker nu de fysieke conditie van die dames door allerlei gezondheidskuren en diëten steeds maar beter wordt.

Het comfort dat je als piloot op de R1 ervaart is heel aangenaam voor deze klasse. De relaxte zithouding hebben we al geroemd en de bescherming tegen de rijwind is bij menselijke snelheden heel behoorlijk. Ook laat de motor zich heel gemakkelijk sturen en vraagt daarbij verdacht weinig aandacht van zijn bestuurder. Het lijkt wel of de R1 je gedachten kan lezen en de door jou uitgezette rijlijnen volgt, zonder daarbij de minste vorm van tegenstand te bieden. De duorijder heeft het echter bepaald niet zo gemakkelijk. Wil je weten hoe je je voelt achterop dit kanon, dan kun je de volgende oefening proberen: ga op je hurken zitten en plaats je ellebogen zo goed al volledig tegen je knieën; kijk zo strak mogelijk naar het plafond laat je vervolgens voorover vallen en zorg dat je net niet met je smikkel tegen de grond komt. Beeld je vervolgens in dat je met een snelheid van laat ons zeggen 200 kilometer per uur op een bocht afstormt en iets later keihard in de remmen wordt gegooid. Juist, je krijgt alleen maar meer respect voor die dames en heren die dit ooit in realiteit zullen moeten meemaken. Ook de piloot ondervindt van de hoge en ongemakkelijke zit van de passagier hinder bij het besturen van zijn motor, want de eerst zo volgzame motor wordt nu echt wel topzwaar bij lage snelheden. Neen, de R1 is dus beslist geen "familiemotor" maar wel een onversneden hypersport met ronduit supersonische prestaties, omm alleen van te genieten.
Samengevat is de R1 een fantastische motor die, net zoals de ontwerpers ervan, enorm veel respect verdient. Wie het volle potentieel van deze motor op het juiste moment wil kunnen en durven benutten, zal echter uit het juiste hout moeten gesneden zijn. En dat hout is op zich al zeldzaam, zéér zeldzaam, neem dat gerust van ons aan. Bergen ervaring, een rist rijopleidingen en een hart zo groot als een huis zijn daarvoor niet genoeg, je moet ook nog én voor alles- over een enorme zelfbeheersing beschikken wil je niet om de haverklap véél te snel met deze motor op pad zijn. Bovendien gaat alles zo gemakkelijk, dat het lijkt alsof de andere weggebruikers constant op zoek zijn naar een parkeerplaats en jij de enige bent die zich aan de correcte snelheid door deze Playstation-wereld beweegt. Ja, het wordt echt tijd dat ze daar in Japan wat harder werken aan die automatische piloot waar ze al jaren in het diepste geheim aan bezig zijn. Dat is de enige kans die wij, normale stervelingen, maken om ooit al de capaciteiten van hun supersportieve topmodellen nog maar enigszins optimaal te kunnen benutten. Als we dat al durven, want de mogelijkheden van die motoren zijn zo groot dat we vrezen dat deze wereld er te klein voor wordt. Als hij dat al niet is, met al die flitspalen en dichtgeslibde wegen. En nu moeten we dit artikel afsluiten; het formulier voor onze pensioenaanvraag moet dringend ingevuld en verzonden worden. Waarom? Om daarna ongestoord te kunnen dromen van die onvergetelijke rit met de 2004 versie van de Yamaha R1

Een uitgebreide technische beschouwing van de 2004 Yamaha R1 versie vind je eveneens op motornet.
|