Bij deze machine heeft John alles eigenhandig ontworpen, frame én motorblok. Hij ontwierp watergekoelde viertakt V-twins, een met 1000cc en een met 1100 cc zodat hij in meerdere klasses kon deelnemen, die moeiteloos tussen 150 en 170 pk leverden.
Heel de motorfiets was vooruitstrevend: titanium kleppen, brandstofinjectie, programmeerbaar motormanagement, koelradiator onder de zit om de motorfiets zo smal mogelijk te houden, de naloop en de balhoofdhoek waren verstelbaar. Overal trof je exotisch materiaal aan.
Het allerbelangrijkste materiaal was de carbon/kevlar mix die hij voor zoveel mogelijk onderdelen gebruikte: zelfgemaakte carbonwielen, een carbon/kevlar topframe annex balhoofd, een stevige achtervork uit hetzelfde materiaal, een zelfdragend subframe/zitje en al het kuipwerk. Kortom, alles wat tegenwoordig in de racerij gemeengoed is.
De machine reed, remde en stuurde verbazingwekkend uitstekend. Dat bewijzen de vele zegens en ereplaatsen overal te wereld, behaald in een breed gamma aan categoriën. John Britten verdiende al gauw wijd en zijd respect omwille van zijn engineering en design.
|